Ik krijg regelmatig vijvervragen naar aanleiding van mijn blogs, mijn boek Tuinlogica en lezingen. Zo vaak zelfs, ik heb een vragenstop moeten inschakelen, zo veel (onbetaalde) tijd was ik eraan kwijt! Daarom heb ik hier 7 van de beste en meest voorkomende vragen verzameld: hopelijk neemt dit de grootste/laatste vraagtekens weg!
Zoals je zult zien, wat een simpele vraag lijkt heeft vaak een langer antwoord nodig dan je zou verwachten 😉 De vragen zijn geparafraseerd om alles leesbaar en anoniem te houden.
Dat je de ‘cultuur’ van micro-organismen van een ander water nodig hebt voor je vijver is een veelgehoorde tip. Mits je een emmer water uit heel schoon (niet-geurend) water haalt kun je een nieuwe zo versneld in evenwicht krijgen. Het lastige is dat je vaak (en zeker op het oog) niet goed kan zien of de waterkwaliteit wel zo goed is en of er dus wel een goede cultuur is én of die cultuur ook bij jouw vijver past. Dan kun je je nieuwe vijver juist ongezonder maken. Er zit dus een risico aan. Uiteindelijk heb je dit niet nodig, want micro-organismen komen ook uit zichzelf in een vijver terecht.
Ik heb goede ervaringen met Biovijver.nl.
Het is gelukkig niet zo dat planten doodgaan van kalkgebrek, in de natuur heb je ook kalkarme en kalkrijke wateren en bij beide krijg je andere soorten in het water. Hier in mijn tuin gaat het prima met de regenwatervijver, er groeien o.a. gele lis, beekpunge, knikkend nagelkruid, waterlelie en waterviolier in. Regenwater is overigens zwak zuur, dus niet zo zuur als bijvoorbeeld water in veengebied waar weer andere soorten planten leven. Als je waterplanten koopt wordt het er vaak bij vermeld als ze een speciale kalkbehoefte hebben.
Context: in dit voorbeeld is het dak van een schuur 100m2. Bij een extreme bui zou daar 100 m2x75 mm = 7500 liter water vanaf komen (zie ook de website Huisje Boompje Beter en de uitleg in mijn boek Tuinlogica over deze berekening). In een regenwatervijver staat water als het gaat regenen, dus je hebt alleen de bovenste 20 cm als buffer. De vraagsteller schrok: als je die 7500 liter door 200 mm rekent (dezelfde berekening als hierboven maar dan omgekeerd), heb je dan 37,5 m2 aan vijver nodig?
Mijn antwoord:
De regenvijver is vooral een buffer, deze vertraagt het water naar de rest van de tuin, zodat de aarde er omheen niet alles gelijk hoeft te verwerken en dus minder snel dichtslaat. Een regenwatervijver hoeft dus niet alles te kunnen opvangen (en als je hem zo groot maakt dat hij dat kan, zou hij ook vaak heel laag staan, zelfs bij regen).
Koppel een regenwatervijver met noodoplossingen door die te laten overlopen naar bijvoorbeeld een regentuintje, eventueel met grindkoffer (zie voor meer informatie over beide oplossingen en een grindkoffer-DIY mijn boek Tuinlogica). Het regentuintje en de eventuele grindkoffer vangen het extra water op bij zo’n extreme bui.
Een bui van 75 mm is overigens wel écht een extreme bui. De meeste buien zitten tussen de 15-30 mm, ter vergelijking. Veruit de meeste tijd zal je dus niet met zo’n bui te maken hebben. Die 75 mm hoef je ook alleen op te vangen als je volledig afkoppelt. Je kunt deels afkoppelen door de regenpijp te onderbreken met een overloopje/vulautomaat, die je waterpas met de vijver of een regenton (bijvoorbeeld als plantenfilter, zie vraag hieronder) verbindt. Als de vijver of regenton vol zit, zit het overloopje dan ook vol en stroomt de rest van het water door de regenpijp verder naar het riool. Een alternatief is een regenpijp-klep, die je kunt dichtzetten als het te veel wordt. Je moet dan natuurlijk wel thuis zijn of de klep van tevoren dichtzetten als er een grote of langdurige regen voorspeld wordt. Volledig afkoppelen is trouwens het meest geschikt voor goed doorlatende bodems van bijvoorbeeld zand. Zie ook mijn blogpost: Een droge, vochtige of natte tuin? Dit is hoe je dat makkelijk ontdekt! [+ oplossingen]
Stel dat je geheel afkoppelt en dat je de regenvijver laat overlopen naar alleen een regentuintje. Als dat regentuintje zo’n 10 cm lager ligt dan de rest van de tuin, dan zit je op een oppervlak van 75 m2 – bij een extreme bui. De vijver snoept daar dan oppervlak vanaf en een eventuele grindkoffer ook. Hoe groter de diepte van het regentuintje, hoe minder oppervlak je nodig hebt. Maar als je te groot graaft en er valt meestal niet zo veel regen, dan kijk je tegen een kuil aan. Ik reken voor een regenwatervijver + regentuin meestal zo’n 50 mm aan buffercapaciteit en laat dat overlopen naar een noodoplossing als er meer water komt dan dat, bijvoorbeeld een grindkoffer of een lagergelegen stuk (als wadi).
Dat is het makkelijkste met een drijfeilandje; die kun je o.a. vinden bij tuincentra of zelf maken met zwembadnoodles, een poreuze mand (een grote vijvermand bijvoorbeeld), eventueel anti-worteldoek tegen het uitspoelen en tie-wraps om de noodles vast te maken. Daar kunnen de planten in en dan drijven ze op het oppervlak.
Een zelfgemaakte is daarbij iets handiger, want met een gekochte zit je aan vaste afmetingen vast (ze zijn meestal vierkant) en zal er flink ruimte tussen de randen van het eilandje en de wanden van de regenton overblijven. Onbedekt water is perfect voor muggenlarven (eventueel kun je een trappetje in en uit de regenton maken voor kikkers, maar daar zijn gewone regentonnen al snel erg hoog voor). Een eilandje dat je zelf maakt kun je aanpassen op de afmetingen van de regenton en ook dieper maken zodat planten meer wortelruimte hebben (30 cm is ideaal).
Als je een regenton hebt die in het midden breder is dan boven- en onderaan, dan kun je het anti-worteldoek iets laten uitsteken voorbij de noodles zodat, als het eilandje halverwege de regenton drijft, het in het stukje speling op het water ligt en het onbereikbaar maakt voor muggenlarven. Zorg een regenton er wel voor dat je een buis er vandaan een knik omhoog geeft, zodat de regenton niet helemaal leeg loopt. Snap je wat ik bedoel?
Als ik zoek op ‘Ada Hofman substraat vijver’ kom ik uit op deze pagina, waarin ik inderdaad iets soortgelijks zie staan. Ik denk dat ze het hier heeft over het gebruik van puur steentjes (substraat), zonder aarde. Dan zullen er weinig voedingsstoffen en hechtingsmogelijkheden voor de planten zijn, tenminste in het begin.
In planten-/helofytenfilters zie ik ditzelfde effect: als de planten puur in een mengsel van bijvoorbeeld lavastenen en grind staan (meestal het geval), dan groeien ze in het begin weinig. Dat slaat meestal om na ongeveer een of anderhalf jaar: dan gaan de planten ineens groeien. Dat komt doordat er in de tussentijd allerlei rommel tussen de steentjes verzameld is, denk aan bladresten, fijnstof, etc, waarop de planten en bacteriën groeien. Die komen uit het afvalwater, bijvoorbeeld van het dak, dus voor een helofytenfilter is dat precies wat je wilt, dat het zo veel mogelijk van die rommel weg- en opvangt. Daarom stop je dat er niet zelf in. Een laag zand erin versnelt overigens het effect en maakt het voor de planten makkelijker om erin te wortelen.
Ada Hofman heeft hier dus (deels) gelijk. Op ALLEEN substraat groeien de planten en bacteriën slecht en zul je inderdaad dwerggroei en verslijming krijgen, maar ook in een vijver bouwt de laag rommel (slib) op de bodem op en zal dat probleem zich uiteindelijk zelf oplossen. Hoe lang dat duurt is afhankelijk van hoe veel voedingsstoffen de vijver (van buitenaf) vangt.
Het doel van een vijver is niet hetzelfde als een helofytenfilter, je wilt natuurlijk een mooie heldere vijver, niet een die vuil water zuivert. Als je graag steentjes op de bodem wilt leggen, doe dat vooral, alleen dan als toplaag met een laag vijveraarde (kale aarde onder de toplaag in je tuin als je toch je vijver uitgraaft is mijn voorkeur boven veen) eronder. Dan kijk je nog steeds tegen de steentjes aan maar hebben planten/bacteriën een goede basis om meteen goed te groeien. Voor vogels is een ondiepe plek met steentjes juist heel geschikt. Ik zou alleen steentjes overslaan op het onderste niveau, want daar zal het meeste slib opbouwen en dan zie je er al snel niets meer van.
Voor context: de vraagsteller hier heeft mijn boek Tuinlogica gelezen. Er zitten dus ook referenties in mijn antwoord naar specifieke pagina’s in mijn boek. Mijn oorspronkelijke antwoord was erg lang, dus heb ik hieronder de belangrijkste opmerkingen gezet en ingekort.
Het ging om deze video’s: PART 1; PART 2; PART 3. Ze zijn Engelstalig! Ashtons aanpak en die van mij lijken op elkaar, dus wat mij betreft een aanrader als je met een vijver aan de slag wilt.
Mijn antwoord:
Heb je nou nog een brandende (regenwater)vijvervraag, bekijk dan vooral mijn andere blogposts over vijvers. Deze bijvoorbeeld:
Heb je dan nog steeds vragen of wil je meer weten? In mijn boek Tuinlogica heb ik uitgebreid geschreven over vijvers, vijver-aanleg, helder water, droogte en wateroverlast voorkomen, grindkoffers, wadi’s, regentuintjes, planten-/helofytenfilters en nog veel meer.
Heb je dan nóg vragen? Woon een van mijn lezingen bij. In 2024 geef ik bijvoorbeeld op de volgende data lezingen over droogte en wateroverlast voorkomen: 14 maart bij Plein Zuid in Veenendaal, 17 april bij Bibliotheek de Boekenberg in Spijkenisse, 20 april tijdens de lentemarkt bij Kweektuin Haarlem (info volgt), en 25 september in Zalencentrum De Ontmoeting in Naaldwijk.
Heb je daarna nog steeds vragen? Ik wil ze met alle liefde beantwoorden, maar ik heb een permanente extreme bui aan werk. En je kunt hierboven zien hoe veel tijd erin gaat zitten om één ogenschijnlijk makkelijke vraag te beantwoorden 😉 Je kunt vragen die algemeen toepasbaar zijn hieronder stellen, dan verzamel ik ze voor een volgende blogpost (maar wanneer die ooit komt weet ik niet, zie weer de overloop aan werk). Voor advies kun je mij inhuren. Ook daar heb ik een wachtlijst, dus voor advies over de telefoon of email is makkelijker tijd te vinden…! Vandaar dat ik juist zo veel informatie in Tuinlogica heb opgenomen, haha!