Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

Het gilde: permacultuur plantencombinaties met roosachtigen

plant-guild-apple-appel-gilde-permacultuur-companion-border

Permies zoeken steeds naar perfecte gildes. Waaruit bestaan die? Dat laat ik hier zien – aan de hand van mijn eigen ontwerp met een paar van mijn favoriete combinaties voor een (Rosaceae) fruitboom.

Wat is een gilde (guild)?

Guilds are made up of a close association of species clustered around a central element (plant or animal). This assembly acts in relation to the element to assist its health, aid in management, or buffer adverse environmental effects.” – Bill Mollison

A guild is a group of mutually beneficial plants assembled into an interactive community.” – Practical Permaculture: for Home Landscapes, Your Community, and the Whole Earth, door Jessi Bloom en Dave Boehnlein

Zoals de twee quotes hierboven al aangeven is een gilde (guild in Engels) dus een vereniging van elementen, die gezamenlijk een centraal element (plant of dier) ondersteunen, of, zoals de tweede quote zegt, meer algemeen elkaar ondersteunen. Voor wie dat nu als hocus pocus klinkt: stel dat het een gilde is dat draait rond een specifieke plant, bijvoorbeeld een appelboom, dan zoek je allerlei planten er omheen die die appelboom helpen bij het groeien, gezond blijven en vrucht geven. Eigenlijk helpen ze ons, want als je het goed doet heb je vervolgens veel minder werk aan het onderhouden van die boom. Hoe meer onderlinge relaties, hoe minder werk voor ons.

Mijn appel-combinaties

Nu moest ik voor mijn (Amerikaanse, dus vandaar het Engels) PDC-cursus een gilde ontwerpen – haha, dat vind ik het allerleukste, my time to shine! Tijdens de cursus maak ik een ontwerp voor een openbare pluktuin in het park Groene Voet in Alkmaar, waar al 9 fruitbomen staan (allemaal Rosaceae, dus rozenfamilie: appel, peer, pruim en kers). Voor deze opdracht koos ik één van de (getopte) hoogstam appelbomen, die dicht bij het fietspad en de stoep staat. Naar verwachting wordt die zo’n 3,5 – 4,5 m hoog en 5 m breed (op dit moment is hij nog zo’n 3 m breed). De grond is silt/kleiachtig en is niet heel waterdoorlatend. Dit was het resultaat:

plant-guild-apple-appel-gilde-permacultuur-companion-border-uitleg

Wat je hier ziet zijn de contouren van de appelboom, nu en over een aantal jaar, waaronder een variatie aan planten staat met toelopende paden ertussen voor goed bereik. De paden worden nauw in het midden en raken overgroeid rond de boomstam, zodat mensen daar niet verder lopen en de grond direct rond de appel niet inklinkt. De planten die ik koos: veel inheemse soorten, een aantal bekende soorten en alles produceert iets eetbaars. Wat er niet op staan zijn nog witte klaver, die in de beginfase tussen de opkomende planten gezaaid kan worden en mijn idee dat grotere stikstoffixerende struiken er omheen komen – mocht de snoei achterlopen dan heeft de appel geen concurrentie te verduren.

Opbouw van een gilde

De soorten in deze gild zijn een aantal favorieten van mij, die pasten bij deze situatie. Er zijn natuurlijk nog veel meer mogelijkheden – dat gepuzzel vind ik juist leuk. Waar zoek je naar bij het ontwerp van een gilde? Nu kan de precieze opbouw variëren, maar voor deze opdracht keek ik naar 8 verschillende groepen:

1. ‘Grass suppressing’

Gras vormt sterke concurrentie voor andere planten in de ruimte boven- en ondergronds en neemt veel voedingsstoffen en water op.

2. ‘Insectary’

Dit zijn planten die een verscheidenheid aan insecten trekken en jaarrond nectar leveren. De appel heeft bestuiving nodig en predatie om plaagdieren tegen te gaan. Door zo veel mogelijk jaarrond voedsel en schuilmogelijkheden voor ze te bieden heb je meer kans dat ze jouw tuin als vaste post gaan gebruiken. Zo kan ik bijvoorbeeld nooit lang genieten van bloem – voor je het weet zijn ze alweer bestoven! Vaak deze focussen gilds op bestuivers en roofinsecten, maar wat mij betreft: hoe meer soorten er op af komen, hoe biodiverser en hoe meer voedsel weer voor vogels 😉 Van veel planten weten we wel dat ze nectar geven, maar niet iedere bloem is geschikt voor elk insect (of andersom). Voor een grote variatie aan insecten is het dus het beste een gevarieerd mengsel van bloemen aan te bieden. Het liefste zijn dit ook zo veel mogelijk inheemse planten, want inheemse soorten hebben vaak met meer inheemse dieren een relatie dan slechts nectar – zo trek je niet alleen de generalisten.

3. ‘Bird attracting’

Oftewel vogels aantrekkend, want vogels zijn belangrijke roofdieren. In principe trek je ze al door voor zo veel mogelijk (verschillende) insecten en gelaagde beplanting te zorgen, maar hier gaat het ook om bessen.

4. ‘Dynamic/nutrient accumulators’

Dynamic accumulators zijn diepwortelende planten die voedingsstoffen uit lagen dieper in de bodem omhoog halen en afgeven op het moment dat ze hun blad laten vallen – of je ze afknipt. Nog een voordeel is dat ze het ondergrondse habitat vergroten en de grond dieper verbeteren door deze structuur te geven.

5. ‘Mulch’

Hier worden levende mulch oftewel bodembedekkers mee bedoeld. Door de bodem te bedekken creëer je een extra laag voor habitat (veel insecten verschuilen zich er bijvoorbeeld graag in) en bescherm je deze tegen uitdroging en erosie door zon, wind en regen.

6. ‘Soil fumigants’

Ui-achtigen en/of afrikaantjes staan hierom bekend, omdat die stoffen afgeven die bepaalde bodemorganismen afschrikken.

7. ‘Pest repellents’

Oftewel afschrikkend voor ongewenste dieren. Dat zijn planten die een sterke geur verspreiden en zo bepaalde dieren moeten afschrikken of verwarren. Dit vind ik persoonlijk een lastige, omdat hier weinig wetenschappelijk bewijs voor is, behalve dan dat in een veld vol uien een handje vol wortels minder snel wortelvlieg heeft. Denk maar aan anti-kattenplanten; ze weten donders goed dat ze er niet tegenaan moeten komen, waardoor de geur niet vrij komt. Toch wordt het in combinatiebeplanting veel toegepast en heb ikzelf ook het idee dat ik bij sommige soorten wel degelijk invloeden zie. Baat het niet, dan schaadt het niet, denk ik dan maar.

8. ‘N-fix’

Oftewel stikstof(N)-fixeerders – die zorgen voor een natuurlijke stikstofbemesting.

De kunst is ieder van deze eigenschappen door meerdere soorten planten te laten vervullen. En een plant kan ook meerdere van deze eigenschappen hebben – des te beter. De gedachte is dat hoe meer relaties er onderling zijn, hoe sterker en meer flexibel de gilde is. Als er bijvoorbeeld een ziekte uitbreekt die een bepaalde soort kapotmaakt, dan zijn er meerdere planten die diens eigenschappen kunnen overnemen.

Nog een belangrijk onderdeel is het gebruik van verschillende plantlagen. Bij mijn ontwerp zie je nu een appel (lage boom), struiken, kruidlaag, bodembedekkers en knollen/voorjaarsbollen. En ik heb daarbij ook de ondergrondse lagen voor ogen gehouden, zoals straks duidelijk zal worden.

Update (22-2-2017): Op internet is een gildevinder te vinden. Dit is een handig hulpmiddel als je zelf nog niet zo veel planten kent of onzeker bent over plantcombinaties. Maar zoals je ziet gebruik ik die zelf niet. Ik vind het niet zo zwart/wit zoals het daar staat en vind het te situatie-afhankelijk. Voor roosachtigen staat hier bijvoorbeeld in dat ze slecht zouden samengaan met stikstoffixeerders, omdat dit de groei van biomassa van de appel zou vergroten, waardoor deze vatbaarder wordt voor ziekten en plagen. Maar de ene stikstoffixeerder is de andere niet; ze geven niet allemaal even veel aan de omgeving af en ook niet verspreid over hun groeitijd. Stikstof komt bijvoorbeeld in kleine hoeveelheden vrij als ze hun bladeren laten vallen, maar het meeste als ze afsterven. En dan nog zijn er verschillen in hoe veel en hoe vaak. Sommigen laten hun bladeren tussendoor niet eens vallen. En hoe dichtbij of ver weg zouden ze dan wel mogen staan? Is het in alle situaties hetzelfde (denk het niet)? Uiteindelijk hebben ook roosachtigen stikstof nodig. Struiken snoei ik en het bladmateriaal verspreid ik waar ik dat nodig heb, dus zo kan een stikstoffixerende struik prima in de buurt van een roosachtige staan. Dus je ziet dat ik eerder kijk naar wortelconcurrentie dan naar dit soort ‘slechte’ buren. Voor insectenplanten en dergelijke zie ik het ook wat genuanceerder. Dus zodoende: het is een mooi hulpmiddel, maar bijt je er zeker niet op vast.

Plantenkeuze

In het overzicht hieronder kun je het al aardig goed zien (hij is uit te vergroten):

plant-guild-appel-apple-gilde-overzicht

En daarbij komen nog witte klaver en struikvormige stikstoffixeerders (ik denk aan olijfwilg, zilverbes of erwtenstruik), zodat deze functie door drie verschillende plantlagen wordt gesteund.

Rond de basis van de appel, waar de meeste schaduw valt, heb ik drie diepwortelende, sterk geurende (afschrikkende?) planten gezet die goed tegen schaduw kunnen: lavas en 2x Roomse kervel. Dankzij hun diepe wortels halen ze voedingsstoffen uit andere lagen in de grond en zitten ze de appel, die grotendeels oppervlakkig wortelt, minder snel in de weg. Beiden zijn het leden van de schermbloemenfamilie, waarvan de bloemen erom bekend staan veel verschillende soorten insecten van nectar te voorzien, waaronder bijen en veel roofinsecten. Ze bloeien na elkaar, waardoor deze bloemsoort langere tijd beschikbaar is. Beiden zijn nuttige keukenkruiden. De stikstoffixeerder die ernaast op de tekening staat is Amerikaanse grondnoot. Omdat de eetbare knollen goed te oogsten moeten zijn zonder de wortels van de appel veel te storen, heb ik ze in een kring van 75 cm afstand van de basis van de appel getekend en klimmen ze via stokken naar de kroon en de zon toe.

Aan de noordoost-kant staat een bosje van aalbessen, die beschermen tegen koude winden vanaf die kant. Aalbessen wortel ook deels ondiep, waardoor ik ze niet te dichtbij de boom heb geplaatst. Hun vroege bloemen zijn een belangrijke nectarbron voor onder meer wilde bijen en hun bessen zijn, naast eetbaar voor ons, ook geliefd bij vogels. In deze schaduwrijke plekken groeit lievevrouwebedstro, een insectenplant, bodembedekker en gras-onderdrukker.

Omdat de zon niet recht van boven komt maar altijd in een kleinere hoek over de beplanting valt, krijgen de planten in de buitenste kring aan de oost-, zuid- en westkant veel zon, ook al staan ze uiteindelijk onder de bladkroon van de appel. Daarom heb ik hier rabarber getekend – een bekende eetbare plant zodat ook mensen met minder kennis van eetbare planten dit makkelijker kunnen herkennen én een diepwortelende, dynamisch accumuleerder. Kluiten wilde cichorei en knoopkruid zorgen voor mooie bloemen in zomer tot ver in het najaar, die een enorm scala aan insecten trekken. Knoopkruid is zelfs een belangrijke waardplant voor verschillende soorten, waaronder meerdere vlinders. Cichorei is een dynamisch accumuleerder. Verspreid staat verder het mooie slangenlook, een inheemse ui-achtige (een bodemontsmetter dus) met eetbaar loof, bloemen en broedbolletjes. Dovenetel verspreid zich over deze zonnige plekken tussen de rest door, als bodembedekker, gras-onderdrukker, goede nectarbron en insectenschuilplaats.

Het fiets/voetpad loopt vlak langs de westkant van deze boom. Dat is een belangrijke reden dat ik hier mooie bloemen heb neergezet om het geheel aantrekkelijk te maken voor mensen van buitenaf: cichorei, slangenlook, knoopkruid, dovenetel en de herkenbare rabarber, terwijl aan de schaduwkant van de buitenste ring daglelie en een groepje echte sleutelbloem staan. De daglelie is vooral voor de mooi, maar de grote bloemen zijn eetbaar en lekker. Echte sleutelbloem is verder een belangrijke vroege voorjaarsbloeier, die dit stuk ook in die tijd aantrekkelijk maakt. Verder zijn narcissen verspreid tussen de beplanting, ook een vroege vrolijke noot, gras-onderdrukker (omdat deze beschikbare voedingsstoffen in het voorjaar opslaat als de andere planten nog inactief zijn) en nectarbron.

Het geheel is – als ik het zelf mag zeggen – een mooi en kleurrijk geheel, waarin alle planten iets eetbaars hebben. Voor de niet erg ervaren plukkers is er genoeg te vinden: appels natuurlijk en rabarber, maar alle bloemen hier zijn eetbaar. Alleen die van de Amerikaanse grondnoot niet, maar die bloeien buiten bereik. De gekromde paden laten zien dat ze hierin mogen lopen, maar verklappen niet waar het pad naar leidt. Hopelijk vormt het zo een aantrekkelijke plek voor mensen die langslopen én voor dieren – zodat ze de tuin en de planten gaan verkennen.


Update (25-2-2017):

Omdat het niet voor iedereen duidelijk lijkt te zijn: dit verhaal is bedoeld als een voorbeeld en om je een idee te geven van planten (er is meer dan alleen smeerwortel – lang leve diversiteit) die het goed zouden kunnen doen samen met een roosachtige boom. Iedere situatie is anders (denk boomsoort, boomvariëteit, bodem, wind, klimaat, zon, omgeving, wensen) en ik bedoel dit dus ook niet als een standaard recept. Kijk vooral naar waaróm ik de planten gekozen heb, verkijk je niet op de planten zelf.

Advertenties

8 reacties op “Het gilde: permacultuur plantencombinaties met roosachtigen

  1. Rob Cornelissen
    22 februari 2017

    Geweldige tekst! Fijn om zo een uitgebreide gildebeschrijving te lezen, dat vind ik maar zelden terug in boeken of internet. Ik ga ermee aan de slag 🙂

  2. zem
    22 februari 2017

    Ontzettend interessant stuk. Zeer leerzaam!
    Ook ik ga er mijn voordeel mee doen.
    Hartelijke groet, Zem.

  3. lefabuleuxjardin
    22 februari 2017

    Absoluut een ontwerp waarbij je het volste recht hebt om te schitteren. Je hebt de evolutie van de boom prachtig weten te treffen en de structuur van het pad vind ik buitengewoon goed gevonden, ook nog eens begeleid door een zeer informatieve tekst. Topper echt !

    • Iris Veltman
      23 februari 2017

      Wauw, bedankt voor je super compliment, daar ben ik heel blij van geworden!

  4. Liselotte Bollen
    23 februari 2017

    Hoi,
    Is dit een theoriestuk of werd de gilde ook effectief op deze wijze gerealiseerd? Ik benbenieuwd naar ervaringen en beeldmateriaal!!

    • Iris Veltman
      23 februari 2017

      Hoi Liselotte, het is geen theorie, het is de bedoeling dat dit plan gerealiseerd gaat worden, maar het gehele ontwerp is nog in de maak en moet dan eerst voor goedkeuring langs de gemeente voordat het gerealiseerd kan worden. Maar deze plantcombinaties gebruik ik vaak bij klanten, heb ze zelf ook in mijn tuin staan, met goede resultaten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: