Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

Kunnen hoornaars nieuwsgierig zijn? (deel 1/2)

Soms kom je iets tegen tijdens het tuinieren, dat je anders naar je tuin en omgeving laat kijken. Voor mij was dat een moment met een hoornaar. Die zette me aan het denken. Ervaren dieren emoties, beleven ze wat er om hen heen gebeurt? En zo ja, om welke dieren gaat het? Mijn doel met deze blogpost is niet die vragen voor eens en altijd te behandelen – dat kan ik niet, niemand volgens mij en in de wetenschapswereld zitten verschillende kampen in hun loopgraven. Ik ben meer agnostisch. Zolang we het definitieve antwoord niet hebben ben ik vooral geïnteresseerd in: wat kán er mogelijk zijn? Dus verdween ik met mijn eigen nieuwsgierigheid weer eens down the rabbit hole van wetenschappelijke studies. En uit die zoektocht kwam een stapel denkvoer over hoe we met de dieren om ons heen omgaan. In deze wat serieuzere blogpost deel ik de meest opvallende punten en ontdekkingen met je. Hier deel 1.

Leestijd: 10 minuten.

In de zomer van 2021 zette ik een tent op in mijn tuin. Vanwege de pandemie (en werk) gingen mijn man, zoontje en ik niet op vakantie, wat vooral mijn zoontje ontzettend jammer vond. Ik stelde voor dat hij in de tuin kon slapen om zo toch een beetje vakantiegevoel te krijgen. Hij had er meteen zin in. En zo stond ik op een warme julimiddag in de zitkuil, net voor donkere regenwolken onze tuin zouden bereiken, met zweet op mijn voorhoofd tentstokken in elkaar te zetten.

Een groot insect bromde boven de tuin en trok mijn aandacht. Een Europese hoornaar. Nou weet ik dat veel mensen doodsbang van wespen en hoornaars zijn, maar de hoornaar boven mijn tuin gaf geen enkele blijk van agressie. Datzelfde jaar hadden we een wespennest in de voortuin en zelfs als buur waren ze niet lastig. Zo ook deze hoornaar. Zij (ik denk dat het een werkster was) zag mij bezig, veranderde van route en streek neer op een stokje zo’n twee meter tegenover me. Vanaf daar bekeek ze mijn werk. Haar kop draaide en kantelde, volgde al mijn bewegingen alsof ze zich afvroeg wat dit rare mens nou deed. Als we elkaar aankeken glommen haar grote ogen. Zo zat ze zo’n tien minuten, zonder een schijnbare reden mijn gerommel met de tent te observeren. Pas toen ik een foto wilde maken en dichterbij kwam vloog ze weg.

Domweg nieuwsgierig

Ik zie de kop van de hoornaar zo weer met mijn handen meebewegen. Ik vraag me dikwijls af of ze domweg nieuwsgierig was, of dat ik dat wílde zien. Misschien projecteer ik mijn eigen ervaringen op dit dier. Officieel heet dat antropomorfisme, het toekennen van menselijke eigenschappen aan andere wezens. Je denkt bijvoorbeeld een emotie in een ander wezen te herkennen, omdat het lijkt op hoe wij mensen die emotie uiten. Dat betekent niet dat dat andere wezen die emotie net zo uit, of zelfs tot die emotie in staat is. Misschien was de hoornaar wel een door de natuur gefabriceerd robotje en dicteerde diens programmering dat mijn handelingen nader onderzocht moesten worden.

En toch. Als ik in mijn herinnering graaf naar wat aan die ontmoeting met de hoornaar mij zo aangreep, dan is het haar gedrag. Het kwam op me over als ‘domweg’ nieuwsgierig. Ik noem het domweg, want ik kan me geen reden voorhalen waarom die hoornaar nou zo geïnteresseerd was in wat ik deed. Het houdt mij, een zomer en een hele hoornaargeneratie later, nog steeds bezig. Wat zou er mogelijk zijn? Kan er meer in zo’n koppie omgaan dan we van insecten – en dieren in het algemeen – verwachten?

Een basis voor bewustzijn

Misschien heb je eens een Vlaamse gaai eikels zien verstoppen. Zo rond deze tijd verzamelen ze die – goede, houdbare voedselpakketjes – en graven die in in de grond, zodat ze ‘s winters een voorraadje hebben.

Het is best knap dat gaaien ’s winters hun eikels kunnen terugvinden. Nou ja, veel eikels raken vergeten en groeien uit tot nieuwe planten, maar daar hebben wij mensen ook wel eens last van met groenten in de koelkast, toch? Gaaien lijken in ieder geval in staat zich eerdere ervaringen te herinneren. Dat is een eerste stap van cognitie: het vermogen om dingen te leren, te begrijpen en toe te passen. Daarvoor moet je feiten verzamelen, bijvoorbeeld door wat je ziet, hoort en voelt. Je moet je die feiten herinneren en daar vervolgens ideeën en verwachtingen aan verbinden. Vervolgens test je die verwachtingen, redeneer je waarom ze wel of niet klopten, gebruik je ze om problemen op te lossen en vorm je er gedachten over (‘Oh, ik had dus nog een komkommer in mijn koelkast liggen… Niet meer kopen, ik vergeet ze toch steeds.’). Maar laat ik dit niet ingewikkelder maken dan het is. Informatie opslaan en herinneren is dus nodig voor cognitie – net als nieuwsgierigheid, trouwens. Het is de bouwgrond voor cognitie. En in het verlengde van cognitie ligt bewustzijn.

Dus hoe ver komen gaaien met cognitie? Onderzoekers deden in 2001 een schepje bovenop het waar-liet-ik-mijn-eten-ook-alweer: ze lieten 21 Noord-Amerikaanse struikgaaien rupsen verstoppen. Struikgaaien zijn samen met Vlaamse gaaien leden van de kraaienfamilie. Ze vangen rupsen en graven in wat ze niet gelijk opeten. De onderzoekers lieten hen dit doen terwijl een soortgenoot toekeek. De struikgaaien die in een eerder onderzoek andermans voedselvoorraad hadden geplunderd bleken hun voedsel later – als de pottenkijker weg was – opnieuw te verstoppen. Struikgaaien die zelf nooit geplunderd hadden deden dat niet.

Bewustzijn of calculaties van een boordcomputer?

De struikgaai-onderzoekers schreven dat de plunderende vogels geleerd hadden van hun eigen ervaring. Belangrijker nog, ze leken te begrijpen dat een andere stuikgaai misschien hetzelfde zou doen als zij. Als dat klopt, dan hebben struikgaaien een zogenaamde ‘Theory of Mind’. Dat is sociale cognitie: het betekent dat je jezelf een mentale status kunt toedichten (zoals ‘ik ben verdrietig’ of ‘ik heb trek in een banaan’) én begrijpt dat een ander andere gevoelens, ideeën of ervaringen kan hebben (‘die heeft pijn’, ‘die wil geen banaan’ of ‘die struikgaai weet niet meer waar mijn rups ligt als ik die verplaats’). Nou zal een dier dat niet met woorden denken – tegen jezelf praten is bovendien alweer een volgende stap – maar het ziet bijvoorbeeld herinneringen. Theory of Mind is een grote stap naar bewustzijn. Gecombineerd met zelfidentiteit en reflectie ís dat bewustzijn.

Het gedrag van de struikgaaien kan ook anders worden uitgelegd. Richard A. Byrne en Lucy Anne Bates schreven in 2006 dat het gedrag van de struikgaaien net zo goed vanuit behaviorisme te verklaren is. Volgens die theorie reageert een dier zoals het geconditioneerd is. Het wordt puur gestuurd door zijn zenuwstelsel. Het zenuwstelsel maakt allerlei verbindingen in een complex web van associaties. Dat web groeit door bewuste acties, bijvoorbeeld terwijl jij deze blogpost leest (hoop ik!). Dat web groeit ook (vult zich met associaties) op het moment dat jij per ongeluk je vingers aan de oven brandt. Oven = heet = pijn, zal dan een (versimpelde) associatie in dat web van je zenuwstelsel zijn. Vervolgens doe je voorzichtiger als je weer met de oven bezig bent en loop je er met een extra grote bocht omheen als het lampje brandt. Jouw zenuwstelsel heeft geleerd van een onbewuste actie. Dat brandende ovenlampje is een prikkel die je onbewust vertelt de oven te vermijden.

Behaviorisme stelt dat dieren alles leren vanuit onbewuste acties, door trial & error. Denk aan een computer: die zet jouw input (prikkels!) om in rijen nulletjes en eentjes. Daar rolt op basis van hoe de computer geprogrammeerd is (het zenuwstelsel) een actie uit. Er zit geen bewuste gedachte achter, geen Theory of Mind. De computer doet puur waarvoor die is geprogrammeerd. En gaat iets fout of de computer krijgt een update, dan krijg je een wachtscherm – hij gaat kalibreren.

Zo begrijp ik behaviorisme zoals Byrne en Bates het uitleggen: een dier dat nieuwe informatie leert is via trial & error zijn programma aan het kalibreren. Het is een strategie die Engelstaligen ook wel throw it against the wall and see what sticks noemen.

Hoe test je bewustzijn bij een dier?

Dat de struikgaaien hun voedsel opnieuw verstopten kan het gevolg zijn van hoe hun zenuwstelsels zijn geprogrammeerd. Volgens Byrne en Bates hebben de gaaien de aanwezigheid van soortgenoten kunnen leren associëren met dat hun voedsel vaker verdwijnt, al stalen ze het zelf bij anderen. Het zenuwstelsel is complex genoeg. De struikgaaienstudie kan dus op Theory of Mind wijzen, maar ook op behaviorisme. Als een dier nieuwsgierigheid vertoont, dan kan dat een gevolg zijn van trial & error leren.

Dat is nou juist zo lastig aan het testen van dieren. Het gebeurt onder sterk gereguleerde, onnatuurlijke omstandigheden, in een laboratorium bijvoorbeeld. We proberen dierengedrag te begrijpen vanuit tests die logisch zijn voor ons, zeggen Byrne en Bates. Dat beïnvloed de resultaten. Onderzoekers kunnen niet alles meten, de tests zijn versimpeld, misschien testen ze het verkeerde of gebruiken ze de verkeerde motivatie. Mijn hoofd springt meteen naar katten: volgens veel mensen asociaal en ongeïnteresseerd, maar ze communiceren gewoon op een andere manier dan wij en bijvoorbeeld honden.

Byrne en Bates halen in hun artikel een onderzoek met chimpansees aan, die steeds twee hopen eten tussen zichzelf en een soortgenoot moesten verdelen. De hoop die ze aanwezen was voor hun soortgenoot. De chimpansees wezen steevast op de grootste en raakten dan gefrustreerd als die naar hun soortgenoot ging. Maar kregen ze in cijfers te zien hoe veel eten er in iedere hoop zat, dan wezen ze de hoop met het minste eten aan en hielden ze zelf de hoop met het meeste eten over. Waarom begrijpen die chimpansees het zo wel? We snappen hun beleving niet, zeggen Byrne en Bates, dus moeten we op een andere manier kijken. Formuleer verwachtingen op basis van cognitie en observeer het dier in zijn natuurlijke habitat om te zien of zijn gedrag daarmee klopt of afwijkt.

Zonder reden?

Is het eigenlijk wel interessant om van dieren te zeggen dat ze bestuurd worden door hun zenuwstelsel? Wij hebben er immers ook een, en hoe veel van ons handelen daardoor beïnvloed wordt staat ook ter discussie. Toch hebben wij Theory of Mind. Bovendien kunnen nieuwsgierigheid en emoties ook onderdeel zijn van hoe dat zenuwstelsel leert. Byrne zegt in Animal Curiosity (2013) bijvoorbeeld dat als dieren alleen bezig zouden zijn met overleven en voortplanting, alles wat ze doen bijdraagt aan tenminste één van die twee doelen. Maar dat dat soms geen verklaring lijkt te zijn voor diergedrag.

Byrne noemt daarbij een onderzoek naar ratten die in een doolhof werden gelaten. Zaten de ratten vol dan gingen ze hun omgeving verkennen. Als ze hongerig waren, liepen ze linea recta naar het eten dat ze bij eerdere verkenningen links lieten liggen. De ratten leken (als ze vol zaten) hun verkenning vooral uit interesse te doen en niet omdat daar een duidelijke beloning tegenover stond. Het lijkt er dus echt op dat ratten nieuwsgierigheid hebben die verder gaat dan met een directe beloning voor voortplanten of overleven. Zij en meer dieren. En als ik Byrne goed begrijp – hij schrijft m.i. niet erg eenduidig – sluit het ene idee het andere misschien niet uit. Een dier dat bestuurd wordt door zijn zenuwstelsel kan nog steeds de wereld om zich heen in bepaalde mate ervaren. Brede nieuwsgierigheid kan gunstig zijn voor het zenuwstelsel van zo’n rat – een generalist – omdat door zo veel ‘domweg’ te verkennen er meer kans is dat die op nieuwe plekken terecht komt en nieuwe manieren om te overleven ontdekt.

Een kans

Wat Byrne zegt over dat er soms geen verklaring lijkt te zijn voor dierengedrag, dat is precies wat me nog steeds bezighoud met die hoornaar in mijn tuin. Als het een robotje was, waarom stopte ze dan, kwam ze naar beneden uit de lucht om mij gade te slaan? Wat had de hoornaar te winnen met haar observatie? Ik heb geen nest in de buurt gevonden, dus het lijkt me dat ze me niet als potentiële dreiging voor haar kolonie zag. En zoals ik al zei, ze gedroeg zich totaal niet agressief, zelfs niet toen ik in de buurt kwam. Ik had geen eten voor haar. Bovendien zijn die 10 minuten heel wat ‘verspilde’ werktijd in een hoornaarleven. Ik kan geen beloning bedenken die ze hiermee kreeg. Als dieren domweg nieuwsgierig kunnen zijn, dan gaat er misschien meer om in hun koppen dan we dachten. En dan is dat misschien ook mogelijk bij insecten zoals hoornaars. Het zijn generalisten, net als ratten. Maar behaviorisme is één uitleg. Als al die dieren domweg nieuwsgierig kunnen zijn, is er misschien ook cognitie en meer.

Lastig, ik weet het. Ik heb Byrne’s stukken tig keer gelezen om te zien wat nou precies zijn punt in ieder daarvan was. De hele discussie over behaviorisme, emoties en bewustzijn is ook complex en met verschillende verklaringen. Wat mij betreft is dit genoeg: als er een kans is dat een dier zijn omgeving ervaart, dan behandel ik het alsof dat het geval is. Ik heb in ieder geval een hernieuwd respect voor de hoornaar, alleen al omdat er een kans op dat laatste is.

In deel 2 wordt het pas echt leuk! Dan pak ik verschillende onderzoeken erbij die me verrasten, en die een hele andere kant laten zien dan het behaviorisme! In de tussentijd: wat is jouw kijk op behaviourisme en bewustzijn bij dieren? Heb je zelf een ervaring met een dier in de tuin die je anders naar dieren deed kijken?

4 reacties op “Kunnen hoornaars nieuwsgierig zijn? (deel 1/2)

  1. Marianne
    3 november 2022

    Interessant stuk. Ik heb wel wat ervaringen met dieren die heel kalm en rustig bleven toen ze in problemen waren gekomen en ik ze hielp. Ik denk dat ze dan echt doorhebben dat je ze wilt helpen.

    • Ernestien
      4 november 2022

      Dat is toch ons reptielen brein, dat zenuwstelsel? Volgens mij kan het dat reptielen brein zijn als basis plus nog wat anders…. We weten zo veel niet dat we tot de tijd dat we wel alles weten best dieren het voordeel van de twijfel kunnen geven.

      • Iris Veltman
        5 november 2022

        Ja precies, zo denk ik er ook over. En om altijd maar meteen aan te nemen dat alleen wij verder kunnen denken, terwijl we vaak even veel als helemaal geen bewijs hebben om dat aan te nemen als we hebben voor het tegengestelde, dat vind ik zoiets arrogants. Dezelfde discussie zit in of bijvoorbeeld Neanderthalers ook abstract konden denken net als wij en of zij kunst maakten. Er zijn allerlei vondsten van hun tijd en in bekende Neanderthaler-plekken, maar meteen als zo’n vondst met hen in verband wordt gebracht zijn de reacties ‘ze zullen het wel van de moderne mens afgekeken hebben’ en ‘de datering is vast niet betrouwbaar’ tot ‘als er geen schilderwerk op de muren van een grot zit, dan is die enorme steencirkel in het midden van die grot geen kunst’ (= de Bruniquel grot in Frankrijk).

    • Iris Veltman
      5 november 2022

      Prachtig!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 3 november 2022 door in Algemeen en getagd als , , , , , , , , , , , .

Navigatie

%d bloggers liken dit: