Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

8 eetbare bodembedekkers (deel 1)

Jaren geleden maakte ik al eens een serie van posts over eetbare bodembedekkers. Ik dacht, laat ik daar eens een nieuwe versie van maken met mijn kennis en ervaring (en tekeningen) van nu. Bij deze deel 1 met de eerste 8.

Echt een must voor een klimaatbestendige en insectvriendelijke tuin: bodembedekkers!

De beste soort bodembedekker is wat mij betreft een plant die een tapijt vormt d.m.v. ondergrondse of bovengronds kruipende wortelstokken/stengels. De witte en gevlekte dovenetel zijn hier een goed voorbeeld van. Door deze manier van groeien beschermen ze o.a. de grond tegen uitdroging en bieden onderdak aan allerlei beestjes.

Maar ik speel een klein beetje vals, ook omdat niet iedereen dat wandelen en verspreiden leuk vindt in de tuin. Sommige maken bijvoorbeeld geen tapijt, maar groeien liggend of je kunt ze zich laten uitzaaien of zelf zo zaaien of neerzetten dat ze toch behoorlijk goed de bodem bedekken.

En ook hier is een ruime keuze van eetbare soorten! Let wel op dat ze bio of zonder chemie gekweekt zijn, of speciaal voor consumptie.

Bosaardbei – Fragaria vesca

Een bekend inheems plantje, natuurlijk, maar wel een hele lekkere! De kleine hangende vruchten zijn net snoepjes zo zoet. De bloemen voeden ook aardig wat hommels, bijen en een paar mircovlinders. Bosaardbei kan wel flink (bovengronds) wandelen via uitlopers die steeds weer wortelen, maar voor die smaak zijn ze me dat waard (en zo krijg je gratis nieuwe planten). Een opstaande borderrand beperkt ze iets en ze kunnen dan in ieder geval ook niet ongemerkt ontsnappen 😉

Toepas-tips: bosaardbei doet het goed in stapelmuurtjes (kan ook behoorlijk goed tegen droogte) en humusrijke bodems – op die laatste zal hij flink groeien en uitbreiden. Op een bed van houtsnippers gaat hij als een malle. Goed te combineren als bodembedekker onder fruitbomen en -struiken, alleen liever geen mede-roosachtigen zoals appel en peer (dan kunnen beide sneller ziek worden). Maar bijvoorbeeld wel bij kornoelje, aalbes, moerbei of hazelaar!

Schijnaardbei – Potentilla indica

Ben je per ongeluk voor deze oplichter gevallen? Een ‘bosaardbei’ met gele bloemen? Misschien ben je wel eens teleurgesteld door de smaakloze, grote ronde vruchten die richting de zon staan? Dan heb je vrijwel zeker te maken met de schijnaardbei. Eigenlijk is dat helemaal geen echte aardbeiensoort (Fragaria), maar een plant uit het geslacht-ganzerik (Potentilla)! Vergelijk deze maar eens goed met de tekening van de bosaardbei hierboven. De vruchten staan omhoog, de bloemen zijn anders en de kartelranden van het blad zijn stomp, niet scherp.

Gelukkig zijn de vruchten niet giftig! Maar geen nood als je deze in de tuin hebt. Het blad is eetbaar en te gebruiken als spinazie of gedroogd als thee.

Toepas-tips: zelfs op de donkerste en droogste plekken langs hagen en onder bomen doet ‘ie het.

Berglook – Allium carinatum

Geheel eetbaar, ingeburgerd en doorlevend uitje. Het leukste eraan vind ik de kleine bolletjes, waaruit mooie magenta bloemetjes komen. Vooral zweefvliegen zijn er gek op. Die bolletjes zijn eetbaar: bak ze kort of gebruik ze rauw en strooi ze in de soep, salade, over brood, etc als mini-uitjes. Pellen hoeft niet. En als je ze aan de plant laat zitten vallen ze rond het plantje op de grond en daaruit komen weer nieuwe planten. Of oogst ze en zaai ze zelf waar je ze verder wilt hebben. Zo werkt berglook flink bodembedekkend!

Overigens is de hele plant eetbaar, maar het loof is wat stugger dan bieslook en vooral interessant als het net uitloopt.

Toepas-tips: berglook groeit goed op droge, vrij schrale grond in de volle zon en lijkt zolang het niet bloeit een beetje op gras. Het vormt alleen geen geheel aansluitend tapijt, wat dan weer fijn is voor zandbijen die ertussen kunnen graven. Open, wilde borders zijn ideaal.

Tripmadam – Sedum rupestre

Ook voor zonnige, droge, vrij schrale grond: tripmadam. Dit inheemse vetplantje maakt ’s zomers gele bloemschermen waar verschillende bijen, hommels en zweefvliegen op af komen. O.a. de snorzweefvlieg bezoekt de bloemen voor nectar, en haar larven eten bladluis! De dunne blaadjes smaken naar komkommer en zijn, zeker tijdens zomerse warmte, lekker in de salade.

Toepas-tips: een goede voor schrale grond, tussen de tegels, in stapelmuurtjes of in potten (bijvoorbeeld gecombineerd met hogere soorten zoals Salvia microphylla) die je niet te veel wilt hoeven verzorgen.

Bosvergeet-mij-nietje – Myosotis sylvatica

Deze inheemse tweejarige (of soms kortlevende) bloeit van mei t/m juli met kleine blauwe bloempjes. Die vrolijken iedere plek op en trekken vlinders, bijen en zweefvliegen. Die lieflijke bloempjes zijn ook eetbaar! Ze zijn vooral leuk als decoratie. Vanwege alkaloïden eet je er beter niet te veel van, maar dan moet je wel heel veel plukken, wat natuurlijk ook zonde is. Als je ze in zaad laat schieten, heb je kans dat ze vanzelf terugkomen.

Toepas-tips: zaai ze tussen groenten in de moestuin of langs het pad van je (eetbare) siertuin, het liefst op goed voedsel- en humusrijke of vochtige plekken. Het liefst hoe meer zon, hoe vochtiger. Ze doen het ook goed op oevers, wadi’s en regentuintjes. Vergeet-mij-nietjes maken geen tapijt, maar ze zaaien zichzelf vaak uit en vormen zo makkelijk een groep en omdat ze laag blijven, werken ze zo toch best goed als bodembedekkers.

Paarse dovenetel – Lamium purpureum

Ik speel een klein beetje vals, want deze eenjarige wordt wel eens gezien als onkruid (vooral in moestuinen) en is eigenlijk polvormend, terwijl een echte bodembedekker kruipt. But hear me out! Ze komen vaak spontaan op op voedselrijke, kale plekken, de stengels groeien veelal liggend waardoor deze plant toch de bodem bedekt, en het is een geweldige voor vlinders en bijen – met name belangrijk voor verschillende hommels – vooral in het voorjaar. En de gehele plant is eetbaar, pluk de toppen en gebruik ze als veldsla (zo smaken ze ook)! Laat ze dus vooral eens staan 😉

Toepas-tips: ze komen vaak spontaan op op voedselrijke, verstoorde grond of net aangebrachte compost. Met houtsnippers of vermolmend hout (humus!) maak je plekken extra aantrekkelijk voor ze. Je kunt ze ook speciaal tussen je groenten in de moestuin zaaien voor extra bestuivers en groente, of in je net aangelegde eetbare (siertuin/voedselbos) bedden.

Gevlekte & witte dovenetel – Lamium maculatum & Lamium album

Dit zijn geweldige kruípende bodembedekkers die het vooral goed doen in een beetje zon aan de voet van struiken en bomen. Ze zijn geweldig voor insecten, je kunt er o.a. allerlei vlinders en hommels op spotten. Die bezoeken de bloemen vaak het hele groeiseizoen, omdat de dovenetels na hun start in maart vaak nog doorgaan tot in de herfst. Zelf kun je de bloemen ook eten – ze zijn lichtzoet!

Toepas-tips: deze dovenetels hebben het liefste voedselrijke, wat vochtige grond. Als je op zandgrond zit, zorg dan voor een plek in de halfschaduw en veel humus. Dat kan bijvoorbeeld door een bodembedekkende laag van houtsnippers, dan hebben ze het al snel naar hun zin. Ze wandelen en maken zo goede tapijten, maar kunnen daardoor ook lastig worden. Graaf een borderrand (bijvoorbeeld EcoLat) in de bovenste 10 cm grond in en laat die enkele cm boven de grond uitsteken, dan beperk je tot waar de dovenetels kunnen groeien.

Daslook – Allium ursinum

Deze bekende vaste plant uit de uienfamilie heeft lekker blad en bloemen. Technisch gezien maakt ‘ie ook pollen, net als de paarse dovenetel, maar als hij het naar zijn zin heeft breidt hij zich uit met ondergrondse knolletjes en heb je er in het vroege voorjaar al snel een behoorlijke groep van, vooral op vochtiger plekken onder struiken en bomen, waar ‘ie wat voorjaarszon krijgt.

Toepas-tips: dat daslook van schaduw zou houden is een mythe: hij wil graag zon op het moment dat hij actief is, dus in het voorjaar. Als daarna de bladkronen zich boven hem sluiten, is dat geen probleem omdat hij al z’n energie voor dat jaar al verzameld heeft. Zorg dus voor een plek waar hij in het voorjaar tenminste een paar uur zon krijgt en waar de grond liefst voedsel- en humusrijk is. Daslook maakt dan ook een goede combinatie met bladverliezende bomen en struiken en vangt in het voorjaar voedsel op dat in de bodem vrijkomt. Als hij dan tegen het einde van het voorjaar afsterft, komt dat voedsel deels weer vrij en kunnen de bomen/struiken die dan actief zijn dit gebruiken. Een (lekkere) lekkendichter!

Meer weten over bodembedekkers, eetbare planten en klimaatbestendig en biodivers tuinieren? Doe mee met mijn Basiscursus Permacultuur in Haarlem, de nieuwe ronde start op 7 maart 2027! Ga naar https://irisgardenecology.com/producten-diensten/basiscursus-permacultuur-fysiek/

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.