Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

Vlinderstruik: goed of slecht voor insecten?

Moet je je tuin volzetten met inheemse planten? Of is dat geneuzel en kan bijvoorbeeld een vlinderstruik net zo goed voor insecten? Ik hou er niet van om je te vertellen wat je moet doen. Wel kan ik je de antwoorden geven zodat je voor jezelf de afweging kunt maken.

Ik zie regelmatig tegenstrijdige berichten over de vlinderstruik (en andere exoten) voorbij komen. En ik maakte weer eens de fout om mee te lezen bij een bericht op Facebook waarin het voorbij kwam (moet ik ook gewoon niet doen – meestal ben ik sowieso te laat om er nog zinnig op te antwoorden ;-)). Iemand stelde de vraag waarom een vlinderstuik niet net zo goed zou zijn als inheems, autochtoon plantmateriaal. Een ander reageerde met zoiets als dat het een invasieve exoot is volgens de ‘natuurmaffia’. Wat moet je daar als leek mee? Ik kan me zo voorstellen dat dit soort discussies zonder argumenten je de zin in tuinieren kunnen ontnemen.

Laat ik alvast voorop stellen: ik heb zelf een vlinderstruik (1). Persoonlijk kies ik (het liefst veel) inheemse soorten waar het kan en vul ik dit aan met nuttige planten, zoals de vlinderstruik. Sommigen vinden dat overdreven; inheems is toch overtrokken? Anderen vinden die exoten niks, want ze zouden voor problemen kunnen zorgen. Voor beide kampen valt wat te zeggen. Voor mij momenteel geldt dat ik ook van mijn tuin wil genieten. Sommige planten passen mijn tuin beter dan andere, inheemse soorten. Vanwege ruimtegebrek bijvoorbeeld, omdat de inheemse soort erg woekert en ik dat mijn buren niet wil aandoen, of omdat ze ook eetbaar zijn. Ze moeten voor mij wel iets toevoegen voor insecten (en eventueel vogels, maar die help je ook met insecten). Is het een invasieve exoot? De vlinderstruik vormt dusver geen bedreiging voor kwetsbare natuurgebieden, behalve op mergel (hij staat wel op de bewakingslijst in verband met klimaatverandering). Dit plus een berg insecten die er gebruik van maakt is voor mij genoeg. Mocht de plant naar de invasief-lijst verschuiven, dan haal ik hem weg.

Een vlinderstruik produceert nectar (ter kwantificatie: als drachtplant krijgt Buddleja davidii een score 2 (op een schaal van 5) voor nectar die beschikbaar is voor honingbijen). De nectar trekt in stadsomgeving veel voorkomende dagvlinders, honingbijen, (roof)vliegen en een aantal solitaire bijen en hommels. Doordat de vlinderstruik veel bloemen produceert en de trossen mooie landingsplatformen bieden, is het een populaire struik. Ze doen het ook nog eens in de zon en de schaduw (hoewel je in de schaduw minder bloei en insecten zult hebben). Ze zijn niet erg kieskeurig qua grond en ze zijn als grote én kleine struiken (de ‘Nanho’ cultivars) te vinden. Als ik zomers (voor de pandemie) in de bus naar mijn ouders reed zag ik bar weinig in de voortuinen bloeien, maar wél regelmatig een vlinderstruik. Door zijn veelzijdigheid is het een geschikte stadsplant, ook voor de kleine en moeilijke tuinen. Voor mensen die weinig van insecten weten is dit makkelijker haalbaar dan veel inheemse alternatieven. De imker die bij mij in de buurt zit mag me wel eens een potje honing komen brengen, want volgens mij spendeert zijn hele kolonie zo’n beetje de hele zomer in mijn tuin (grapje – van die honing dan).

Het nadeel van een vlinderstruik is dat het wel de volwassen dagvlinders voedt, maar niet hun kroost. Voor hun rupsen hebben dezelfde vlinders o.a. brandnetels, look-zonder-look, inheemse grassen en bloeiende klimop nodig. Zonder rupsen geen vlinders, dus die moeten ergens groot worden. Daarnaast zijn er heel wat solitaire bijen die er níks aan hebben, zo’n vlinderstruik. Zij voeden hun larven en vaak ook zichzelf met het stuifmeel en de nectar van een specifieke groep planten of zelfs maar één enkele (inheemse) soort. Zelfs bijen die op een plantengroep vliegen kunnen meer baat hebben bij een inheemse boven een uitheemse plant, omdat de bloeitijden van inheemse soorten meestal precies aansluiten bij de tijd dat ze vliegen. Dit is zo gegroeid door millennia lang samen te ontwikkelen. Een vlinderstruik is een snackbar. Ze voed even goed, maar alleen op frituur kun je niet teren en degenen met dieetrestricties hebben er niks aan.

Dan zijn er ook nog nachtvlinders, microvlinders, kevers, vliegen, etc, die graag van bladeren eten. Dat doen ze vaker bij inheemse planten dan uitheemse. Een voorbeeld dat ik graag erbij pak is de eenstijlige meidoorn versus een Chinese meidoorn. Als drachtplant scoren ze beiden 1 voor zowel nectar als stuifmeel. Er vliegen heel wat insecten op die daar gebruik van maken. De Chinese vormt net zo goed bessen (die voor ons lekkerder zijn en voor vogels ook). Maar op de bláderen van de eenstijlige komen daarnaast nog eens hordes insecten af, wat niet voor de uitheemse geldt. Het inheemse koninginnekruid en het uitheemse leverkruid (nectar 3 en stuifmeel 3 voor beide als drachtplant) hebben eenzelfde verschil. Het uitheemse leverkruid is een geweldige vlinder- en bijenlokker, bloeit vaak wat later dan de inheemse (waardoor je langer nectar en stuifmeel biedt als er weinig meer voor insecten te vinden is) en is geen verwoede woekeraar (de inheemse wel, plus die is kieskeuriger). Maar op de inheemse komen, naast op de bloemen, ook nog eens veel insecten op de bladeren af. Als we kijken naar wat een plant insecten te bieden hebben moeten we dus niet alleen kijken naar de bloemen en hun nectar/stuifmeel, maar ook wat de rest voor ze doet.

Een vlinderstruik (of leverkruid of een andere exoot) is dus wel nuttig voor insecten, maar niet voldoende. Zelf los ik dit op door in mijn ontwerpen altijd ten minste meerdere waardplanten (de larven/rupsplanten van vlinders, bijen en andere soorten) te zetten, plus een paar van dit soort showstoppers. In mijn eigen tuin heb ik bijvoorbeeld (vaste) judaspenning en het tweejarige look-zonder-look onder mijn appelboom groeien, waar o.a. het oranjetipje zijn eitjes op afzet. Ik heb een variatie aan inheemse planten die populairder zijn onder mijn buurtinsecten dan mijn lavendel (o.a. gewone ossentong, knoopkruid, beemdkroon (Knautia arvensis) en aangewaaide paardenbloemen, wilde liguster en eenstijlige meidoorn). Ik heb verschillende Campanula voor klokjesbijen (de grote klokjesbij spot ik al jaren regelmatig op zowel de uit- als de inheemse). De minst opvallende en tegelijk grootste aanwinst is misschien wel de vuilboom, een nectar-, stuifmeel-, bessen- én waardplant voor een veelvoud insecten en de enige soort (met sporkehout) waarvan het citroentje, die gele vlinder in het vroege voorjaar, zowel als rups als volwassene eet. Brandnetels groeiden er ooit, maar zijn uit eigen beweging verdwenen. En boven de tuin torent mijn vlinderstruik uit – als een neonreclame voor insecten. Ik pas de vlinderstruik toe als een echte snackbar: niet te vaak.


Meer lezen? Dit is wat De Vlinderstichting over het onderwerp te zeggen heeft.

Eén reactie op “Vlinderstruik: goed of slecht voor insecten?

  1. Anne Marie van Dam
    28 mei 2021

    Mooie Blog! Ik heb een verwijzing opgenomen op http://www.bijenlandschap.nl, en in de nieuwbrief die vandaag uitgegaan is. https://www.bijenlandschap.nl/Nieuws/moet-je-je-tuin-volzetten-met-inheemse-planten-of-is-dat-geneuzel/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: