Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

Tuindagboek: Tuinen en tuiniers, altijd in beweging

In de categorie ‘Tuindagboek’ schrijf ik over wat me overkomen is in de tuin. Deze keer: aanwinsten en aanpassingen.

Dit jaar heb ik aardig wat nieuwe planten aan mijn plantenverzameling toegevoegd. Zo heb ik een paar schoonheden overgenomen van een andere tuin, zoals gewone ossentong, knoopkruid en dagkoekoeksbloem, die de ranken van de ossentong en knoopkruid die al in mijn tuin stonden komen aanvullen. Insecten zijn er gek op, dus meer waren er welkom. En de ossentong bloeit al.

De andere aanwinsten zijn ook insectentrekkers, speciaal voor de warme en zanderige voortuin (én allemaal geelbloeiend): boerenwormkruid, die tot ver in het najaar bloeit, gewone agrimonie, die mooie gele toortsen maakt, net als zwarte toorts, waar ik er ééntje van heb verzameld.  Dat geel vul ik nog eens verder aan met geel walstro, een kruidig, kruipend plantje dat je kunt eten, maar dat ik ook gewoon heel mooi vind. De meeste hiervan heb ik opgekweekt uit zaad en de rest haalde ik de Haarlemse Kweektuinen. Sommige soorten zet ik in groepen neer, zoals het geel walstro, maar de boerenwormkruid en de gewone agrimonie heb ik als het ware tussen de bestaande beplanting gestrooid. Ik verwacht dit jaar nog geen bloei van ze, maar hoop er wel op. Het zou prachtig staan met het felle blauw van de wilde cichorei (waarvan de meeste spontane zaailingen waren) en past mooi bij de teunisbloemen die overal in mijn tuin opkomen. Mijn voortuin heeft als taak mensen vrolijk te maken, als ze erlangs lopen! En daarnaast, niet onbelangrijk, om bij te dragen aan biodiversiteit. Hij zit inmiddels vol met wilde planten én een leger aan insecten.

Het was dringen voor blauwe metselbijen bij mijn insectenhotel, begin juli. Ongeveer halverwege juli kwamen de jonge bijen naar buiten; sommige bleven even napuffen in het gat voor ze uitvlogen.

Dat zijn overigens niet de enige aanpassingen aan de voortuin. Ik moet eerlijk bekennen dat ik tijdens de Basiscursus Permacultuur die ik van het voorjaar gaf mezelf heb aangestoken met de tuinderitis… Ik had vorig jaar nog in mijn hoofd de lavendelhaagjes weg te halen, maar mijn moeder vond dat zo zonde dat ik het uiteindelijk toch ook wel erg jammer vond. Dus vooruit, die mochten blijven. Geen spijt van gehad, want oh, wat ruikt de hele voortuin nu weer lekker. Op warme dagen ruikt soms zelfs de hele straat ernaar! Nee, wat ik wel veranderd heb, is het bankje. Ik had een oud houten bankje waar je inmiddels zo doorheen zou zakken, dus die ging eruit. Geen zorgen, hij gaat een tweede leven tegemoet als plantenklimrek. De honingbessen erachter zijn naar de permacultuurtuin van PermacultuurCentrum Haarlem gegaan, want de hitte en droogte van dit en vorig jaar was moordend voor ze. Ervoor in de plaats heeft mijn man grindtegels op hun kant ingegraven en er planken overheen gelegd – tadaa, een nieuw bankje. Er ligt een paadje van houtsnippers voor en aan de zijkant staat een tipi met sperziebonen en een nieuwe zilverbes – ik had een groenblijvende struik nodig, zodat de buren aan die kant – die wel erg nieuwsgierig zijn – niet gaan lopen staren als ik er ga zitten. Het ziet er al leuk uit, al zeg ik het zelf. Maar ik ben nog niet klaar, want onder de bank wil ik nog een insectenhotel maken!

Tot slot nog een laatste, kleine aanpassing in de achtertuin: een ‘rotstuintje’. Ik had afgelopen winter een stapel oude dakpannen van een buurman overgenomen, met de gedachte dat ik daar vast wel wat mee kon doen (que het geamuseerde gezicht van mijn man in reactie). En ja hoor, ik vond een reden om de oude troep van een ander te willen hebben. Ik vond een prachtige, roze siersalie (ik ben gek op dit soort salies, want ze zijn mooi en je kunt er ook de blaadjes en bloemen van eten!) – helaas ben ik de precieze naam vergeten – en wilde die een zo goed mogelijk plekje geven, zodat die lekker groot wordt en de winters overleeft. Ik sloeg de dakpannen kapot en stapelde een bergje van ‘rotsen’ en aarde, zaaide bosaardbei (die ook van stenige plekjes houdt) en prikte die in de voegen. In het midden plantte ik de salie. Een hele dakpan heb ik gebruikt als gootje om het regenwater van een uitlaatje naar mijn vijver te brengen, pal erachter. Ertussen wil ik nog wat rotsplanten zetten, maar ik ben er nog niet over uit welke. Dit is voor nu het resultaat:

6 reacties op “Tuindagboek: Tuinen en tuiniers, altijd in beweging

  1. margreet hirs
    5 augustus 2019

    Leuk Iris, al die initiatieven in beeld en verhaal. Heel instructief voor ons kleine klungelaars met grote dromen.

    • Iris Veltman
      8 augustus 2019

      Noem je nu zojuist jezelf een kleine klungelaar? Daar kan ik niet mee instemmen hoor :P!

  2. Nina
    5 augustus 2019

    Heerlijk ‘meeleven’ hier…

  3. De Fruitberg
    8 augustus 2019

    En toch blijven we dingen veranderen, niet?
    Ossetong is een hele leuke plant, bloeit hier zowat heel het jaar door. zaait zich wel redelijk enthousiast uit.

    • Iris Veltman
      8 augustus 2019

      Ja, ik kan zo gnieten van de veranderingen die spontaan ontstaan dat het mij weer inspireert om zelf weer dingen te veranderen 😀

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: