Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

Dieren in de winter (deel 1)

lieveheersbeestje2Het is november en de dieren buiten zijn druk bezig met hun voorbereidingen voor de winter. Maar wat doen onze tuinbezoekers eigenlijk de komende maanden? En hoe kunnen wij ze daarmee een handje helpen? 

Soms zou ik graag via een cameraatje mee willen gluren met dieren. Wat ze de hele dag doen (ja, ja, eten en slapen maar toch), hoe ze hun eten zoeken of hoe ze regen, zon en kou beleven… De wereld door de ogen van verschillende dieren, dat zou ik best wel willen zien. Maar bij gebrek aan welwillende dieren met schrijfcapaciteiten (m/v) en betaalbare microcamera’s moet het dan maar op de ouderwetse manier: observeren (en de rest met wat fantasie zelf invullen). Dus wat spoken al die vogels, insecten, zoogdieren, amfibieën, spinnen en andere dieren, die regelmatig op bezoek komen in de tuin, nou uit in de winter? Waar blijven al die beestjes? En wat kunnen we doen om ze ook in de winter plaats in de tuin te bieden (naast het standaard: geen insecticiden/herbiciden/chemicaliën gebruiken of de tuin geheel betegelen)? In dit deel heb ik het over insecten en spinnen. Deel twee volgt later deze week (anders wordt het zo’n enorm lang verhaal) en zal gaan over vogels, zoogdieren en amfibieën. Lees mee en ik hoop dat u zich net zo zult verbazen over de bijzondere verhalen van deze ogenschijnlijk simpele dieren als ik.

Hommels

hommelAan het einde van de zomer of aan het begin van de herfst sterven de hommels massaal. De aarde ligt bezaaid met hun kleine lijkjes. Als kind vond ik dit altijd zo zielig en dan vroeg ik me af waarom ze gestorven waren. Maar nu weet ik dat het hoort bij deze dieren. De enige die de massasterfte overleven, zijn namelijk de nieuw geboren hommelkoninginnen. Zij dragen de bevruchte eitjes voor de hommelgeneratie van volgend jaar, aan hen dus de zware taak om te zorgen voor het voortbestaan van de hommel. In de herfst verstoppen ze zich op een vorstvrij plekje, waar ze de komende maanden ongestoord hun winterslaap kunnen houden. Zo graven ze zich bijvoorbeeld een paar centimeter in de aarde, vaak ergens onder planten. Als u vroeg in het jaar begint met planten uitgraven, dan kunt u nog wel eens zo’n slaapdronken hommelkoningin tegenkomen. Sommige hommels vinden een overwinteringsplekje in holtes in hout (ook oude kozijnen), maar ze zijn niet schadelijk, ze doen er immers niets anders dan slapen. Toch overleven niet alle koninginnen de winter, gemiddeld slechts 1 op de 10. In het voorjaar worden ze wakker als de lucht opwarmt, zo rond februari. Dan gaan ze eerst op zoek naar voedsel voor ze de nieuwe kolonie vestigen.

Om hommels te helpen zijn plekjes nodig voor overwintering, maar dat kan van alles zijn. In een gevarieerde tuin (beplanting, zanderige plekken, hout, muurtjes en dergelijke) zullen ze makkelijker een plekje vinden dan in een kale tuin. Een laagje mulch over de bodem helpt sterke temperatuurwisselingen in de aarde af te zwakken en kan net dat beetje extra warmte geven om een hommel in de aarde in leven te houden. Het liefste laat u de tuin (met name de aarde, mulch, takkenhoopjes en composthopen) in de winter met rust, zodat u dieren zoals de hommel niet in hun winterslaap stoort. Mocht u toch een hommel tegenkomen, dan kunt u haar het beste met rust laten of proberen haar weer voorzichtig toe te dekken. En heel belangrijk: zorg voor bloeiende planten in het voorjaar. Vooral helmkruid, dovenetel en longkruid zijn goede vroege voorjaarsbloeiers voor hommels.

Bijen

Bijen lijken in hun wintergedrag misschien wel op (sommige) mensen. Ze kruipen graag met z’n allen of in hun eentje weg in hun nest, zowel volwassenen als larven (‘rustlarven’). Daar zoeken of maken ze een fijn warm nestje voor zichzelf waar ze vervolgens lekker de winter in wegslapen. Om zich pas bij de eerste warme, zonnige dagen weer te laten zien. Dat zouden heel wat mensen volgens mij ook graag willen doen. Als eerste worden de mannetjes wakker. Ze gaan dan op zoek naar voedsel en daarna wachten ze op de vrouwtjes om met hen te paren.

Om bijen te helpen kunt u zorgen voor voorjaarsbloeiers. Juist dat voedsel aan het begin van het jaar, als ze net wakker geworden zijn en hun buik leeg is, geeft ze een goede start. Tegenwoordig zijn er (eindelijk!) steeds meer biologisch geproduceerde bloembollen te koop, die u zou kunnen gebruiken. Variatie is hierin belangrijk, want het moment dat bijen (en hommels) uitvliegen is geen vast moment. Hoe meer de bloei verspreid is, hoe groter de kans dat deze dieren voedsel kunnen vinden.

Lieveheersbeestjes

lieveheersbeestjeOok lieveheersbeestjes houden een winterslaap. Daarvoor zoeken ze een lekker beschut, warm plekje, bijvoorbeeld in kieren tussen stammen, achter schors, in groenblijvende planten, tussen het bladafval op de grond of in een hoopje takken, maar ook in kieren of gaten van huizen. Soms overwinteren ze als een grote groep in een hoekje ín huis. Meestal gaat het in dat geval dan om het veelkleurig Aziatische lieveheersbeestje. Als u hier last van heeft dan kunt u het beste kijken of u naden en kieren dicht kan maken, zodat ze in het vervolg niet meer binnen kunnen komen. In ieder geval brengen ze geen schade toe, maar een hele kluit kan wel vies zijn. In het voorjaar kruipen de lieveheersbeestjes weer tevoorschijn. En dat is echt massaal. Let maar eens op bij de eerste zonnige dagen in het voorjaar: sommige plekken (mijn tuin bijvoorbeeld) zijn dan echt bezaaid met lieveheersbeestjes die op dat moment even niets anders lijken te doen dan (op het hoogste nieuwe sprietje dat ze kunnen vinden) rustig wakker worden en van het zonnetje genieten. Eigenlijk net als wij dus.

Een laag mulch van bladeren of groen tuinafval doet wonderen voor lieveheersbeestjes. Het is een goede manier om ze de winter door te helpen en vooral om ervoor te zorgen dat ze in de tuin blijven (zo staan ze meteen paraat in het voorjaar en zoeken ze niet zo snel plekjes in huis). Zoals ik al zei zijn groenblijvende planten ook favoriet.

(Nacht)vlinders

vlinderVlinders zijn er in zo veel soorten en maten en ook hun overlevingsstrategieën zijn al bijna even gevarieerd. Zo zijn er soorten die wegtrekken (de atalanta bijvoorbeeld), soorten die als eitje of rups overwinteren (tussen de mulch kom ik vaak dikke bruine of groene rupsen van nachtvlinders tegen), soorten die liever de kou als pop weerstaan en soorten die als vlinder wegkruipen op beschutte plekjes om zich de komende tijd niet te laten zien (zoals in de mulch, een hoopje takken of in boomholtes, soms zelfs binnenshuis). Maar er zijn ook een paar soorten die de winter meer head-on aanpakken: de felgele citroenvlinder bijvoorbeeld heeft weinig van kou of zelfs vorst en brengt de winter al tak-hangend door. Sommige nachtvlinders doen daar nog een schepje bovenop en zijn juist tijdens de wintermaanden actief. De wachtervlinder vliegt bijvoorbeeld rond vanaf september tot het einde van deze maand en houdt dan winterrust tot januari. Maar als de nachten in december mild zijn (boven vriespunt), dan kunnen ze ook in de ‘rust’maanden ’s nachts actief worden. Als u een zoet mengsel (een mix van stroop, suiker en alcohol) op de bast van een boom smeert dan kunt u ze er ’s nachts tegenkomen. Wat eten ze nou tijdens de winter? Onder andere rottend fruit en nectar van bloemen die dan nog actief zijn. Uiteindelijk, op de eerste zonnige dagen, wordt het dan heel druk, want naast lieveheersbeestjes, bijen en hommels komt ook de rest van de overwinterende vlinders weer tot leven!

Voor vlinders is een laag mulch dus ook weer erg nuttig. Een rommelig hoekje met wat takken en dergelijke ook. En in het voorjaar bloeiende planten. Voor winteractieve soorten zoals de wachtervlinder is bloeiende klimop een goede bron van nectar. U kunt ook rottend fruit buiten leggen. En komt u nu binnenshuis een overwinterende vlinder tegen, dan is het het beste om deze met rust te laten en te wachten tot het voorjaar. Mocht dat niet mogelijk zijn dan kunt u de vlinder het beste voorzichtig naar de schuur of garage brengen, zodat het temperatuurverschil niet te groot is.

Spinnen

spinNiet bij iedereen favoriet maar toch zeer belangrijke dieren voor natuurlijke ongediertebestrijding. Ze eten veel schadelijke insecten en vormen zelf weer een voedselbron voor andere roofdieren, die ook weer schadelijke insecten eten. Spinnen variëren ook, zowel in hun bouw als in hun leefstijl (niet alle spinnen maken bijvoorbeeld het bekende wielvormige spinnenweb). Zo houden ze een winterrust als eitje in een kluwe of als volwassen spin. Overwinteren doen ze niet alleen maar in kiertjes en spleten van muurtjes en schuren maar vaak ook in afgestorven planten, in holle stengels, in de laag organisch materiaal op de bodem of zelfs in de bodem. Binnen overwinteren is natuurlijk ook een (goede) tactiek.

Voor spinnen geldt dat hoe meer variatie u biedt in verstopplekjes (mulch, zo veel mogelijk snoeiwerk pas in het voorjaar doen, een rommelig hoekje, een bosje takken, de composthoop, een omgekeerde bloempot met blaadjes… kortom, niet te opgeruimd), hoe meer soorten spinnen zich in uw tuin kunnen vestigen. Voor mensen met spinnenangst is dat wellicht een doodenge gedachte en een reden om de hele tuin te bestraten, maar toch hoop ik dat u (als u bang bent van spinnen) ze toch een plekje geeft in uw tuin. Ze zijn echt erg nuttig. Ik vond ze zelf als kind ook niet zo gezellig als bezoeker (ik schrik nog steeds als ze plotseling tevoorschijn komen), maar vooral sinds ik ben gaan tuinieren en zie wat ze doen kan ik ze echt waarderen en het zelfs leuk vinden als ze tevoorschijn komen (ja ook de grote).

Mieren en bladluizen

Waarom behandel ik mieren en bladluizen samen? Nou, omdat ze vaak ook samen overwinteren. Mieren beheren namelijk een groot agrarisch bedrijf, alleen zien we er natuurlijk niet zo veel van omdat het meeste ondergronds gebeurt. Ze hebben een enorme opslagruimte (relatief dan hè) en voor de winter vullen ze die met allerlei voedsel. Sommige soorten verbouwen zelfs hun eigen gewassen, geen graansoorten of groente, maar schimmels. En wat ik het mooiste vind (de meeste mensen zijn wat minder gecharmeerd maar je moet het ze toch nageven dat ze inventief zijn): ze houden vee, namelijk bladluizen. Ze melken ze, beschermen ze van gevaar en bijten hun vleugels af om te voorkomen dat ze wegvliegen. Er is zelfs onderzoek wat erop wijst dat mieren kalmerende feromonen voor bladluizen zouden (kunnen?) afscheiden zodat de bladluizen met hen mee lopen. In de herfst nemen ze de bladluizen mee naar binnen in hun hol, waar ze de hele winter blijven. In het voorjaar ‘zetten’ ze hun kudde dan uit op geschikte planten en soms verplaatsen ze de kudde later weer. We hoeven hen niet echt door de winter te helpen, maar het is wel grappig om te weten dat we niet de enige soort zijn die vee houden, toch? Bovendien, als u weer eens op dezelfde plant als de voorgaande jaren zowel mieren als bladluizen ziet, dan weet u nu dus waarom.

mier

Advertenties

Eén reactie op “Dieren in de winter (deel 1)

  1. Marja van der Weijden
    2 november 2015

    Interessant. Dank!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 2 november 2015 door in Algemeen en getagd als , , , , , , , , , .
%d bloggers liken dit: