Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

‘Groene’ termen helder uitgelegd

Afbeelding

Duurzaam, biologisch, ecologisch, groen. We worden belaagd door een wildgroei van deze termen, te pas maar vaker te onpas gebruikt. De meeste mensen (bedrijven en consumenten) hebben door de wildgroei geen overzicht meer op wat al die termen betekenen. Wilt u wél graag weten wat het inhoudt of weet u het niet zo precies meer? Lees dan verder.

Deze week was in het nieuws dat steeds meer consumenten de term duurzaamheid wantrouwen. Met goed recht vind ik, maar ik vind het vooral erg jammer. Duurzaamheid is mooi, maar het is vervelend dat producten en bedrijven dit vaak onterecht claimen te zijn. Dit geeft de term een slechte naam en verwart consumenten. En helaas niet alleen consumenten. Ik heb Milieukunde gestudeerd, waarbij ik in het eerste jaar alle termen en definities moest leren. Toch had ik in mijn vierde jaar een discussie met een medestudent en iemand van een waterschap (die hier toch veel mee bezig zijn) over wat duurzaamheid inhield. De uitleg die ik hoorde was een die meer een creatieve invulling was van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, iets dat wel dezelfde richting uitgaat maar niet hetzelfde is. En zelfs met de juiste definitie is het een begrip dat nog steeds heel breed geïnterpreteerd kan worden.

Vindt u het nu helemaal ingewikkeld? Een tip. Wat mij betreft gaat het vooral om de gedachte. In een ideale wereld zijn al onze productiesystemen gesloten; we verliezen geen grondstoffen, kunnen in ieders behoeften voorzien en brengen onze omgeving geen schade toe. Dit is (nog???) niet haalbaar, het een streven. Door steeds naar deze ideale wereld te streven zorgen we voor een continue verbetering. En op dat gebied is er nog zo ontzettend veel mogelijk. Dat laten nieuwe innovaties duidelijk zien. Als u een product of bedrijf wil testen, kijk dan naar wat het doet om problemen als grondstoffenschaarste en milieuverontreiniging te tackelen en maak uw keuze op die basis. En als ze geen informatie geven is dat ook een (negatief) antwoord. Termen als duurzaamheid, Cradle to Cradle en upcycling zijn tenslotte alleen handvaten en niet het uiteindelijke doel.

Duurzaamheid/

Duurzame ontwikkeling/

Duurzaam ondernemen

Allereerst is duurzaamheid een dubbele term. Als bijvoorbeeld in de bouw wordt gesproken over duurzaamheid bedoelen ze vaak een materiaal welke lang meegaat. Maar duurzaam wordt ook gebruikt in de zin van de impact op de omgeving (mens en milieu). Technisch gezien kloppen beide uitleggen, want duurzaam zoals in duurzame ontwikkeling gaat uit van een manier van leven of produceren die langer meegaat. Dus met duurzame ontwikkeling wordt in feite wel bedoeld dat iets langer meegaat, maar iets dat langer meegaat hoeft geen duurzame ontwikkeling te zijn.

De meest gebruikte definitie (en welke ik gebruik) is de definitie van duurzame ontwikkeling zoals beschreven in het rapport Our Common Future (web pg. 37) van de VN- commissie Brundtland, door de World Commission on Environment and Development (1987). Deze definitie luidt als volgt:

Sustainable development is development that meets the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs.”

Kort vertaald betekent dit dat wij voorzien in onze behoeften, zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit blijft natuurlijk vaag, want wat zijn onze behoeften? Schone lucht, water? Auto?

Om bovenstaande definiëring te verduidelijken voor duurzaam ondernemen zijn later de 3 P’s toegevoegd:

–     Planet (milieu; verkleining impact productie maar ook transport en gevolgen van product),

–     People (sociaal; de medewerkers en de omwonenden) en

–     Profit of Prosperity (economisch; niet alleen financieel maar ook op andere vlakken zoals innovatie).

Het idee is dat deze drie in ‘balans’ moeten zijn met elkaar om duurzaam te kunnen ondernemen. Ik heb gemerkt dat dit ook weer heel verschillend geïnterpreteerd en gebruikt wordt. Een manier om het duurzaam ondernemen te toetsen is de Duurzaamheidscan. Hierin worden aan allerlei zaken scores toegekend welke uiteindelijk met elkaar verrekend worden. Deze is echter makkelijk te beïnvloeden (er wordt bijvoorbeeld niet naar de hele keten gekeken maar naar een deel en op basis van gegevens die het bedrijf zelf levert) en de manier van berekenen vind ik persoonlijk erg krom, want wiskundig gezien geldt dat hoe groter de winst is, hoe groter de milieuschade mag zijn (ik vind: hoe groter de winst, hoe meer verantwoordelijkheid het bedrijf heeft). Zo is een oliemaatschappij (die ik niet bij naam zal noemen) in het verleden bij deze scan ook zeer duurzaam gebleken. Hoe kan dat kloppen als hun ‘core business’ een fossiele en dus eindige brandstof is?

Bij duurzaamheid worden vaak klimaatverandering en grondstoffenschaarste in acht genomen. Of u nu gelooft dat wij  klimaatverandering veroorzaakt hebben of niet, het klimaat veranderd en toenemende grondstoffenschaarste is een feit. Dit is ook iets waarmee ik mij in mijn tuinontwerpen bezighoud, bijvoorbeeld de toename van extreem weer waardoor periodes van watertekort en wateroverschot langer worden. Een duurzame tuin moet dit beter kunnen opvangen dan een ‘normale’ tuin.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)

In Nederland is de SER (Sociaal-Economische Raad) het orgaan dat maatschappelijk verantwoord ondernemen definieert en hierover adviseert aan kabinet en parlement.

De SER vat het begrip MVO samen als volgt:

MVO is het bewust richten van de ondernemingsactiviteiten op waardecreatie in drie dimensies: Planet, People en Profit (de 3 P’s, zie onderdeel duurzaamheid voor verdere uitleg). MVO moet tot de ‘core business’ van een bedrijf horen. Bovendien wordt MVO niet gelimiteerd door landsgrenzen en vereist het transparantie.

Zoals te zien is aan het gebruik van de 3 P’s kent MVO dus grote overeenkomsten met duurzame ontwikkeling. Dat is logisch, want MVO is een afgeleide daarvan. In praktijk betekent dit dat een bedrijf dat bezig is met MVO meer zijn omgeving (mens en milieu) zal betrekken. Zo valt zorg dragen voor het milieu onder MVO, maar ook de manier waarop met klachten wordt omgegaan. Ook het organiseren van activiteiten die een positief effect geven aan de omgeving is een belangrijk onderdeel. Denk aan het verzorgen van onderwijs of kinderopvang voor werkende ouders in arme landen of het sponsoren van lokale sportteams om sport te promoten. MVO heeft ook voor het bedrijf voordelen; onder andere een betere naam en een betere band met buren waardoor klachten en problemen minder snel voorkomen en makkelijker opgelost kunnen worden.

Biologisch

(in de context van bijv. vlees of tuinieren)

Zelfde als ecologisch (zie ecologisch). Soms wordt gezegd dat biologisch meer op milieu gericht is en ecologisch meer op het systeem, maar in de strikte uitleg van de benaming is er geen verschil.

Ecologisch/Eco

(in de context van bijv. vlees of tuinieren)

De definitie is het werken of een product met respect voor het natuurlijk evenwicht.

In de praktijk betekent dit dat de omgeving niet geschaad wordt door bijvoorbeeld giftige emissies (uitlaatgassen, verontreinigingen in water e.d.) en meestal ook nog dat er een soort samenwerking plaatsvindt met de natuur.

Een voorbeeld is het EKO-keurmerk op voedingsmiddelen. Dit is een keurmerk voor biologische landbouw en veehouderij. Een EKO- gekeurd bedrijf gebruikt geen chemische bestrijdingsmiddelen (natuurlijke spuitmiddelen zouden dus wel mogen, zoals brandnetelgier, maar ik denk niet dat ze dit soort middelen in grote getale gebruiken) of kunstmest. Natuurlijke bestrijding, zoals lieveheersbeestjeslarven, worden bij dit soort bedrijven ingezet. Aan het houden van dieren worden eisen gesteld betreffende het dierwelzijn en de belasting op het milieu (in de omgeving, bijvoorbeeld transport wordt verwaarloosd). Verder moet voer moet zo veel mogelijk biologisch zijn en er mogen geen geneesmiddelen in zitten.

Ecologisch tuinieren heeft dan ook veel overeenkomsten met EKO-gecertificeerde landbouwbedrijven. Toch gaat ecologisch tuinieren meestal verder. Niet alleen worden er geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt, vaak wordt een poging gedaan om de tuin zo in te richten en te behandelen dat zich een zo veel mogelijk natuurlijk evenwicht kan instellen (dus waarin de natuur zelf corrigeert). Dit is wat ik met mijn tuinontwerpen wil bereiken en iets wat bijvoorbeeld in mijn eigen tuin door o.a. het nabootsen van natuurlijke biotopen bijzonder goed lukt.

Ecologie

Deze noem ik om het verschil tussen ecologisch en ecologie te laten zien. Ecologie is een onderdeel van biologie, het is de studie naar de relatie tussen organismen (onderling) en hun relatie tot niet-levende factoren. Het is dus niet hetzelfde als ecologisch, wat ik vooral in tuintijdschriften nog wel eens fout zie gaan.

Recycling/

Hergebruik

Er zijn twee mogelijkheden voor dit begrip, namelijk hergebruik van het product zelf en hergebruik van het materiaal. Producthergebruik is bijvoorbeeld wanneer een fles opnieuw gebruikt wordt of op een andere manier wordt toegepast. Materiaalhergebruik is als diezelfde fles wordt gesmolten, waarbij de grondstoffen worden gebruikt om een nieuw product te maken, bijvoorbeeld voor verpakking van speelgoed.

Bij recycling wordt het gerecyclede product meestal minder waard naarmate het vaker gerecycled is; een PET-fles geeft iedere keer dat het gevuld wordt een beetje af aan de vloeistof erin (meestal steeds meer); de fles breekt dus af. Daardoor wordt de PET-fles na ieder gebruik minder waard. Zouden de stoffen van die PET-fles gebruikt worden om een nieuw product te maken, dan zijn die stoffen meestal meer vervuild dan de stoffen die voor een nieuwe PET-fles gebruikt zijn en daardoor zijn ze niet meer te gebruiken voor verpakking van consumptiemateriaal. Dit materiaal wordt gemaakt van oliën en is dus niet oneindig. Daarom scoort recycling in termen van duurzaamheid (daar is-ie weer) niet erg hoog; recycling betekent niet dat een product geheel hernieuwbaar hoeft te zijn (maar het kan wel). Een voorbeeld van hernieuwbaar (materiaal)hergebruik is Biofoam; het is een piepschuimsoort die gewonnen wordt uit plantaardig materiaal en die na gebruik composteerbaar is. Compost voedt weer plantaardig materiaal en zo is Biofoam hernieuwbaar. Dit is het soort cyclus waar Cradle to Cradle naar streeft.

Upcycling

Upcycling is recycling waarbij een product na hergebruik van betere kwaliteit is dan het in zijn ’eerste leven’ was. Een voorbeeld is ijzer; als gebruikt ijzer omgesmolten wordt zijn er meer verontreinigingen (koolstof) uit te verwijderen dan bij het bewerken van ruwe ijzererts.

Cradle to Cradle

 

Letterlijk vertaald betekent dit van wieg tot wieg. Hiermee wordt de wieg van het product bedoeld, in plaats van dat het product uiteindelijk naar het graf gaat (de afvalstort) begint het opnieuw in de productiekringloop.

Cradle to Cradle is een denkwijze die in feite verder gaat dan duurzaamheid. Het is een opkomend begrip in Nederland, maar in andere delen van de wereld is dit al een tijdje groot. Het is een heel uitgebreid verhaal om uit te leggen, daarom ga ik eerst in op wat het in praktijk voor een bedrijf inhoudt.

De eisen de Cradle to Cradle stelt aan hoe een product gemaakt of een dienst uitgevoerd wordt zijn de volgende:

1. Afval = voedsel

–         Gesloten kringloopsysteem, dus geen afname kwaliteit van grondstoffen na recycling; bijvoorbeeld Biofoam (genoemd onder recycling).

–         Er wordt onderscheid gemaakt tussen een technische kringloop (niet-biologisch afbreekbare materialen) en een biologische kringloop. Door deze twee kringlopen gescheiden te houden is het makkelijker de kringlopen te sluiten.

–         Geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de omgeving (mens en milieu) bij het winnen, het productieproces of gebruik van het product.

2. Hernieuwbare energiebronnen

–         Productie d.m.v. duurzame energie en product dat gebruik maakt van duurzame energiebronnen.

3. Watermanagement

–          Geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de omgeving (mens en milieu) bij het winnen of lozen.

4. Maatschappelijk verantwoord ondernemen

–          Via 3 P’s zoals eerder onder MVO beschreven.

Er bestaat voor bedrijven en producten een certificeringssysteem met verschillende gradaties die de mate van Cradle to Cradle aangeven.

Lees vooral het in het Nederlands vertaalde boek ‘Afval = voedsel’ van Michael Braungart en William McDonough, deze maakt de denkwijze achter Cradle to Cradle erg duidelijk. Ik zal zo kort mogelijk het idee achter dit concept proberen uit te leggen. Het probleem ligt in de manier waarop (en waarom) we producten ontwerpen.

Ten eerste: we ontwerpen een product, verwachten dat het overal hetzelfde kan zijn en kijken daarna pas hoe we het voor de lokale omstandigheden kunnen laten werken. Dit geldt bijvoorbeeld bij het ontwerp van een kantoorgebouw; het heeft een bepaalde vorm met bepaalde materialen, muurdiktes, soort dak etc, ongeacht waar in de wereld het komt te staan. Na het ontwerp (meestal pas vlak voor realisatie) kijken we naar de regulering van het binnenklimaat. Staat het gebouw in een heet land, dan zal het een erg goed koelsysteem moeten hebben, staat het in een koud land, dan zal het een goede verwarming nodig hebben. Maar was er bij het ontwerp al gekeken naar de omstandigheden en vooral naar hoe deze zo goed mogelijk benut kunnen worden, dan hadden de elektriciteit- of gaskosten veel lager kunnen liggen. Door het gebouw met de kant met de minste ramen naar het noorden te richten, is het warmteverlies lager (muren isoleren beter). Meestal wordt dit gedaan vanuit geldbesparing; door overal hetzelfde gebouw neer te zetten scheelt dit in ontwerpkosten. Maar op de lange termijn is het meestal juist duurder, omdat achteraf allerlei dure systemen aangebracht moeten worden om het binnenklimaat aangenaam te maken, wat daarna weer meer elektriciteit verbruikt. En daardoor is de impact op het milieu weer groter.

Ten tweede: in het ontwerp van een product wordt geen aandacht besteed aan de gevolgen van het product als dit wordt afgedankt. Neem bijvoorbeeld  PET-materiaal, onbruikbaar geraakt na veelvuldige recycling. Als dit een verbrandingsoven ingaat, komen er allemaal kwalijke stoffen in de lucht terecht. Die moeten weer gefilterd worden (wat nooit helemaal mogelijk is, waardoor alsnog een deel in de atmosfeer terecht komt). Maar daarmee is het probleem niet verholpen, want na verbranding blijven dan verontreinigde as en verontreinigd filtermateriaal over. Die moeten ook weer ergens gelaten worden. Het filtermateriaal bevat meestal ook nog eens allerlei waardevolle grondstoffen, die hierdoor ook weer verloren gaan. Weliswaar is er door de verbranding nog een beetje energie uit gewonnen, maar de verontreiniging is dus verplaatst, niet opgelost.

Groen Gewoon een kleur, hoogstens een beweging maar niets anders…

Groen wordt regelmatig gebruikt in categorieën, zoals in groene stroom. Met groene stroom wordt meestal energie bedoeld die verkregen is uit een duurzame bron (aardwarmte, wind, zon, biomassa, waterkracht). Toch wordt ook hier veel mee gesjoemeld. Als een product ‘groen’ is, probeer dan te kijken wat het product inhoudt (bijvoorbeeld hoe de stroom wordt opgewekt). Dat is belangrijker dan het label.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: