Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

In 10 stappen: hoe begin je met tuinieren?

voortuin tulpen

Momenteel bloeit mijn eigen voortuin vrolijk met kleurige tulpen – ik wist niet eens meer dat ik ze geplant had, een cadeautje dus!

Alle begin is moeilijk, ook tuinieren. Ik hoor steeds meer mensen die er niet eens aan beginnen, terwijl het helemaal niet moeilijk of intensief hoeft te zijn. Daarom deel ik hier in stappen mijn tips om te beginnen met tuinieren.

De eerste keer dat ik probeerde te tuinieren liep uit op een fiasco. Serieus. Fiasco. Ramp. Catastrofe. Drama. Misschien had ik daar gewoon helemaal moeten stoppen (nee, nooit) en is het een wonder dat ik alsnog een bevlogen tuinier ben geworden. Want tuinproblemen, noem ze maar op, ik had ze. Vreemde dingen ook (planten worden bij mij vaak hoger en groter dan de beschrijving), maar daar kom ik zo wel op terug. Ik begon op een kleine patio, volledig omgeven door bebouwing, volledig bestraat (huur), in bakken. Het idee was leuk, het zag er in ieder geval direct na aanleg erg mooi uit. Ik had enkele grote bakken gekocht, waar geen gaten in zaten omdat er zo mooi op stond dat ze van een poreus materiaal gemaakt waren dat overtollig water vanzelf doorliet. Ten eerste had ik dat nooit moeten geloven, maar ja, je bent nieuw, je weet niks, je bent naïef. In het tuincentrum koos ik kruiden die ik graag gebruikte en enkele groenten (waaronder een artisjok herinner ik me). Heel keurig had ik potgrond gekocht en ik deed mijn huiswerk: ik raadpleegde een kruidenboekje waarin stond of de planten in zon, halfschaduw of schaduw konden groeien en hoe hoog ze werden. De grote bakken vulde ik onderin met alles wat ik kon vinden: tegelscherven, stenen, grind en zelfs stapels lege bierflesjes. Geloof het of niet, maar ik ben nooit zo’n drinker geweest, hoewel je dat op basis daarvan niet zou zeggen. Ze waren van mijn vrienden, echt waar! 😆 Alleen een zeer ondiepe bak vulde ik niet met extra materiaal op, behalve een laagje grind onderin. Potaarde erin. Planten na een tijdje dokteren netjes in de bakken geplaatst, te dicht op elkaar, dat wel. Zeker de artisjok, die in hindsight zijn hele eigen bak had moeten krijgen, maar misschien was het goed dat ik dat niet had gedaan. Want de slakken vonden hem al voordat ik een week verder was en groot heeft die dus nooit kunnen worden cry

Ondanks mijn voorbereidingen ging alles fout: mijn planten verzopen in de ene bak (water gaat er vanzelf door, yeah right!) terwijl ze verdroogden in de andere (onder een half afdakje in de regenschaduw, really rolleyes). Slakken, bladluizen (héél veel), gele blaadjes door te weinig voeding, wortelruimte of wateroverlast. Wel had ik een peterselie die zo’n dikke stam had (ja je leest het goed, stam ja) was dat mijn man zegt dat we hem beter peter hadden kunnen noemen mrgreen Het moesten die bierflesjes zijn geweest, denk ik nog altijd. Maar na drie jaar was die ineens verdwenen, ook al deed hij het nog zo goed (note aan toenmalige zelf: peterselie is TWEEjarig, dat hij dríe jaar werd is vreemd)! Kattenpoep, mieren (dat kunnen ook krengen zijn!), harde wind, teveel zon, teveel schaduw… Ik raak nu de tel kwijt. Maar ik denk dat het duidelijk is. Tuinieren kan wreed zijn als je geen idee hebt wat je aan het doen bent!

Maar er is goed nieuws. Dat is dus niet onoverkoombaar en al zeg ik het zelf, volgens mij mag ik mezelf daarin toch wel als voorbeeld stellen 😉 Want later, tijdens mijn opleiding Milieukunde, dacht ik meerdere malen: waarom kunnen we niet tuinieren zoals de natuur werkt? Zoals een ecologie? Ik probeerde wel wat te tuinieren, maar niet met groot succes. Na mijn afstuderen vond ik een boek over permacultuur (Gaia’s Garden – Toby Hemenway) en ineens viel bij mij het kwartje: een tuin als ecologie, dat kan juist heel goed. Nu probeerde ik het nog eens vanuit een andere invalshoek en ik was verbaasd van het enorme resultaat. Achteraf zie ik nu dan ook goed wat er allemaal fout ging bij mijn eerste poging. Iedereen kan tuinieren File:icon mrgreen.gif

Prachtig voorbeeld van een border, dit.

Prachtig voorbeeld van een border, dit.

1. Begin klein

Je kunt dromen van een mooie grote, groene tuin met weelderige borders of misschien zelfs een eetbare tuin, maar als je te groot begint dan kan het héél snel overweldigend zijn. Zeker als je nog niet goed weet wat je aan het doen bent. Beter eerst klein en behapbaar beginnen (of oefenen) op een plekje dichtbij huis of het terras, waar je alles goed in de gaten kan houden. Een border van een vierkante meter, bijvoorbeeld. En als je na een jaar denkt: ‘ja, dat ging lekker, ik durf meer aan,’ dan kun je dan weer verder uitbreiden. Maar ook dan zou ik niet meteen álles aanpakken. En eigenlijk geldt dit advies ook voor een gazon.

deel eigen tuin kort na aaneg

Deel van mijn eigen tuin, kort na aanleg. De pergola en de muur moesten nog begroeid worden (goh, wat ziet dat er idioot kaal uit zo!). Ik heb in één keer mijn achter- en voortuin gedaan, maar toen was ik natuurlijk geen noob meer 😉

2. Kies een goede plek

Onder een afdakje komt geen water, dus óf je moet een regenpijp omleiden, óf je moet zelf steeds watergeven. Bovendien komt er geen zon. Er is ook nog zoiets als regenschaduw, meestal het meeste aan de kant waar de wind vandaan komt. Dicht langs muren en schuttingen ontstaan daarom droge plekken, waar weinig wilt groeien. Tip: begin niet daar 😉 Of onder een boom, vaak ook een erg droge plek. Het beste kies je een plekje dat ten minste een deel van de dag zon krijgt. In de zomer meer dan 6 uur zon? Dan is het (even kort door de bocht) volle zon. Minder is halfschaduw.

idee beplanting langs muur

Hier heb ik wel een beplanting vlak langs de muur gemaakt, maar met specifieke soorten die heel droogte-tolerant zijn zoals sedum en kleine maagdenpalm.

3. Beter volle grond dan in pot

Potten kosten normaliter meer werk dan planten in de volle grond. Ze drogen sneller uit, zijn gevoeliger voor hitte en kou, hebben meer moeite met voeding vinden, kunnen te weinig ruimte hebben etc. Bovendien zijn de voordelen van planten in pot beperkt ten opzichte van volle grond (geen stimulatie bodemleven, minder effect op klimaat en waterinfiltratie). Als het kan, begin dan met tuinieren in de volle grond. In potten kan dan makkelijker als je meer ervaring hebt. Mocht je niet in de volle grond kunnen tuinieren, dan zijn verhoogde borders nog een optie.

verhoogde borders

Verhoogde border (in De Tuinen van Appeltern, 2013)

Als ook dat niet kan en potten echt de enige mogelijkheid zijn, kies dan liever voor ruime potten met een aardediepte van minimaal 20 cm. Zorg dat er altijd gaten voor ontwatering in zitten, ongeacht wat fabrikanten beloven. Bedek de bodem met ten minste zo’n 5 cm aan grof materiaal, zoals scherven, grind of inderdaad, als je meer ruimte hebt, bierflesjes. Die zorgen ervoor dat water onderin beter afgevoerd kan worden. Vul de pot met speciale potgrond, nooit tuinaarde (te scherp). Na zo’n twee maanden moet je ongeveer maandelijks een kleine hoeveelheid vloeibare mest toevoegen (zie aanwijzingen op het etiket), tot de herfst. Als planten in de jaren erop achteruit gaan, dan is het raadzaam om de aarde eens (deels) te vervangen voor vers.

4. Verbeter/bemest de bodem (of niet)

Dit is natuurlijk afhankelijk van wat je hebt en wat je wilt. Een klein bodemonderzoekje is wel handig. Is het stukje net onttegeld en is het duidelijk zand wat er ligt? Dan is in ieder geval compost, eventueel in combinatie met tuinaarde een goede. De eerste keer kan het verdicht zijn, wat je merkt als het graven erin zwaar gaat. Dan is het goed om de compost en dergelijke wel een beetje door de lagen eronder te werken met een schep en een hark. Kleigrond (als je het kunt vormen in je handen en het niet verkruimeld) is weer anders, maar kun je op dezelfde manier verbeteren. In het geval van een verhoogde border kun je tuinaarde gebruiken, aangevuld met compost (zeg compost:tuinaarde ongeveer 1:5).

Je kunt ook helemaal niets met onbewerkte aarde of zandgrond doen, maar dan moet je wel planten kiezen die heel specifiek op juist die grond kunnen groeien. Laat je adviseren, is dan het beste advies.

Beplanting in mijn eigen tuin, waarbij ik de kale zandgrond níet verbeterd heb. Duizenblad en zeedistel doen het er goed.

Beplanting in mijn eigen tuin, waarbij ik de kale zandgrond níet verbeterd heb. Duizenblad en zeedistel doen het er goed.

5. Kies de juiste, makkelijke planten

Dat klinkt lastig en dat kan het ook zijn, maar dat hoeft niet. Laat je adviseren bij de kweker of het tuincentrum, dat is een goede. Als je een idee hebt van je grond, je ruimte en de plek (zon/schaduw), dan kunnen ze vaak goed helpen. Kies vaste planten (meerjarige planten), dan ben je niet teleurgesteld als de plant na één of twee jaar verdwenen is. Hiervoor hebben ze meestal een speciale afdeling in het tuincentrum. Als je klein begint met bijvoorbeeld een vierkante meter, dan is het makkelijkste ook te beginnen met alleen kruidachtige planten, dus soorten die geen houtig skelet hebben in de winter (dat zijn struiken/bomen). Of zet één struik neer, maar controleer dan wel dat deze niet breder wordt of enorm hoog. Als je later uitbreidt naar enkele vierkante meters, dan is het makkelijker om struiken toe te passen. Voor nu, het makkelijkste zijn kruidachtigen. Ik ben bezig met het werken aan voorbeelden. In Haarlem heb ik voor Steenbreek023 voorbeeldtuintjes ontworpen, waar verschillende vierkante meter-beplantingsplannen bij zitten. De beschrijvingen (als recepten) ervan komen nog op de website, waar ook een lijst met makkelijke planten voor Haarlem en omgeving gedeeld zal worden. Wat eetbare planten betreft heb ik deze twee stukken geschreven: ‘Top 10 weinig-werk-groenten‘ en op Steenbreek023: ‘Snoepen uit eigen tuin‘.

nagelkruid beplanting

Mooie en simplistische combinatie van bladkleuren. Dit zijn zowel kruidachtigen als bodembedekkers, want ze maken geen houten takken en ze verspreiden zich, zodat de bodem bedekt blijft.

6. Gebruik een ruime plantafstand

Overbeplanting is een gevaar dat snel bij nieuwe tuiniers (en ook ervaren tuiniers!) op de loer ligt. Planten gaan elkaar dan overgroeien en het kost veel werk om dat te onderhouden. Voor de meeste kruidachtigen geldt 9 stuks per vierkante meter, maar soms is dat minder. Safer is vaak 5 stuks per vierkante meter. En reken voor kleine struiken (bijvoorbeeld: bottelroos Rosa rugosa, appelbes Aronia prunifolia ‘Hugin’, de kleine laurierkers Prunus laurocerasus ‘Otto Luyken’, hortensia, sneeuwbal Viburnum tinus ‘Gwenllian’, kardinaalsmuts Euonymus alatus ‘Compactus’ — let op de naam die tussen haakjes staat, anders krijg je iets heel anders) ten minste een hele vierkante meter. Grotere struiken en bomen: áltijd vragen, tenzij je grondig internetonderzoek hebt gedaan naar de soort.

bollenspektakel Appeltern

Een bollenspektakel in De Tuinen van Appeltern, voorjaar 2016. Laat wel mooi de plantafstand zien, ook al zou je in een border in je tuin liefst niet alleen voorjaarsbollen zetten maar een mix van vaste planten.

7. Bedek die bodem!!!

Vanwege poepende katten, uitspoeling van voedingsstoffen, verdroging door zon en wind en het is goed voor bodemleven (waarvan planten weer afhankelijk zijn). Het onderdrukt ook nog eens onkruid, dus het scheelt een hoop werk. Het beste zijn bodembedekkers, dat wil zeggen laagblijvende, kruipende beplanting. Goede, makkelijke soorten zijn o.a. ooievaarsbek (Geranium), bodembedekkende klokjes (Campanula), kruipend zenegroen (Ajuga reptans), lievevrouwebedstro (Gallium odoratum), kleine maagdenpalm (Vinca minor) of Pachysandra. Als de bodem tussen de planten nog kaal is, vooral na de aanleg, gebruik dan iets om de bodem te bedekken, zoals houtsnippers, cacaodoppen, bladeren, dunne takjes… Zie ‘Mulchen – voor een gezonde bodem‘.

kale aarde tuin

Kale aarde: het ziet er misschien mooi uit (niet mijn smaak, overigens), maar het geeft wel ontzettend veel werk! (TuinIdee 2016)

8. Watergeven

Ik geef als richtlijn altijd aan: de eerste week na aanplant geef je iedere dag water, de tweede week bouw je dat langzaam af. Vers na aanplant moet je de planten gewoon even verwennen. Denk niet dat als het regent dat de grond nat genoeg wordt, tenzij het heel veel en heel hard achter elkaar door blijf gaan. De bovengrond lijkt misschien nat, maar de ondergrond hoeft dat niet te zijn. Geef daarom het beste ook bij regen alsnog water, maar stop als er plasvorming optreedt. Na die twee weken: hou het rustig in de gaten. Je hebt ze welkom geheten, ze verwent. Nu moeten ze het zelf gaan doen. Meestal is regen dan genoeg, want vaste planten hebben in de volle grond meestal niet zo veel nodig en zeker niet als je de bodem bedekt houdt. Pas als het een tijd droog of erg warm is en je ziet dat de bladeren gaan hangen, dan kun je water gaan geven.

redelijk droge, warme beplanting

Voorbeeld van beplanting voor een warme, relatief droge tuin (Kijktuinen van Nunspeet, 2013).

9. Onderhoud

Maak in het najaar niet alles ‘winterklaar’. Veeg bladeren en plantafval lekker van de terrassen, paden en het gras af de border in en dat is het. Dat betekent wel dat je ’s winters tegen afgestorven planten aankijkt, maar die zijn ontzettend belangrijk voor dieren! Juist roofinsecten, spinnen, vogels, amfibieën en zoogdieren (allemaal belangrijke roofdieren die je helpen in de strijd tegen o.a. luizen en slakken) maken gebruik van de holle stengels voor overwintering, de structuren om in te schuilen of zich in de hoopjes plantafval verstoppen. Het is ook een belangrijke bron voor voedsel in de winter. Nog een pré: zaaddozen en dergelijke zien er prachtig uit met een laagje vorst of sneeuw, dus je hebt ook ’s winters iets boeiends om naar te kijken. En natuurlijk: het scheelt werk om het echte onderhoud slechts één keer in het jaar te doen. Gebruik het voorjaar dus om te snoeien (de afgestorven, bovengrondse takken van de kruidachtigen en de struiken die te groot zijn geworden). Dan kun je ook meteen een bemesten door een klein laagje compost over de bodem strooien, op het moment dat de planten nog niet allemaal uitgelopen zijn. Zelf doe ik altijd de ‘chop-‘n-drop’, oftewel: wat ik snoei gooi ik ter plekke neer op de bodem tussen de planten. Het stimuleert het bodemleven (en maakt daarmee planten sterker), bedekt de bodem en geeft langzaam de voedingsstoffen weer terug aan de bodem. Als de planten opgekomen zijn, dan zie je er niets meer van. Win-win, dus. Serieus, dit is eigenlijk het enige echte onderhoud dat ik jaarlijks doe, op hier en daar een enkel onkruidje wegtrekken, blad en alg uit mijn vijver scheppen en mijn klimplanten aanbinden – maar van die laatste twee heb je met een startende border meestal niet veel last  😉 Enne… Meer tips over onderhoudsarm tuinieren schreef ik hier.

hazelaar takken mulch voorjaar

Al het snoeiafval op de bodem gelegd: straks zie je er niets meer van.

10. Herzien

Bedenk aan het einde van het jaar of in het voorjaar wat je goed vond gaan, wat minder en waar je aan wilt werken. Het beste is nog om tijdens het jaar in een schriftje bij te houden wat je ervan vindt, dan weet je het ’s winters ook nog. Pas op basis van die ervaringen het tuintje zo nodig aan, kijk op internet voor tips als je tegen problemen aanloopt of breid uit als je er vertrouwen in hebt. En neem het vooral niet zo serieus, het mag ook gewoon leuk zijn om iets nieuws te proberen!

enorme borders wel heel mooi

Uiteindelijk kun je misschien wel een tuin hebben zoals deze in De Tuinen van Appeltern (2013)  😉

Advertenties

4 reacties op “In 10 stappen: hoe begin je met tuinieren?

  1. pauline o
    30 april 2016

    Hallo Iris! De laatste weken zag ik in andermans tuinen een mooie heesters/struikjes in de bloei staan. Op internet geprobeerd op te zoeken om welke soort het gaat. Vanmiddag zag ik een ouder echtpaar op hun oprit, met zulke struik in de tuin. Toen heb ik hen maar gevraagd hoe de struik heette. Beiden zeiden “dankbare plant”. Zo noemden ze deze plant. Maar de werkelijke naam, wisten ze niet, waha. Uiteindelijk heb ik een foto gemaakt, en mocht ik een mooiere exemplaar in de achtertuin komen bewonderen (wat ik overigens niet gedaan heb) Nog even op de oprit gekletst, en de vrouw ging even naar achtertuin, en kwam terug met een stekje in de pot. En die mocht ik meenemen, wat lief!! Met de gemaakte foto, kon ik uiteindelijk determineren. Pff, ben er nu achter en heel blij met stekje “pieris florest flame”. Zal het niet gauw vergeten.

    • Iris Veltman
      30 april 2016

      Hoi Pauline,
      Wat een leuk verhaal en wat grappig dat je een stekje mocht hebben! Een mooie inderdaad (typefoutje: forest, niet florest 😉 ) Heel erg veel plezier ermee!

  2. Claire de Beijer-Ex
    19 mei 2016

    Hallo Iris,
    heb met veel genoegen jouw site gelezen.
    Mogelijk kom ik of wij er op terug voor een advies,…ik/wij moeten dat eerst met de andere bewoners bespreken.
    Verder zag ik op jouw site een typfoutje staan in de tekst,… het moest zijn workshop zijn en er stond wokshop
    Grappig foutje ik wilde het je toch even melden.
    Hartelijke groet ,
    Claire de Beijer

    • Iris Veltman
      19 mei 2016

      Hoi Claire,
      Ah dat is een grappig foutje, dan gaat het ineens over iets heel anders 😉 Dank je voor de melding, ik zal hem eens opsnorren. Wat fijn om te horen dat je mijn site leuk vindt en ik ben altijd in voor advies, ben benieuwd! Groetjes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: