
Al spittend tussen de planten kom je ineens tot een vieze ontdekking: kattenpoep! Een enorme ergernis. Maar een groene tuin hoeft geen kattentoilet te zijn! Dit is hoe ik kattengespit voorkom.
Ik loop langs een tuin en zie een kat voor mij de struiken in schieten. De struiken staan een beetje uit elkaar met kale, donkere aarde ertussen. Terwijl ik langsloop, gluur ik onopvallend de tuin in. Ja hoor, precies zoals ik dacht: poeslief is een mooi kuiltje aan het spitten onder een van de struiken. Ik knip in m’n vingers (dat werkt altijd bij mijn katten) en zeg ‘Nee!’ De kat stopt en kijkt me een beetje beteuterd aan. Ik doe het nog eens. De kat blijft me aankijken. Uiteindelijk loop ik maar door; ik denk dat deze kat zich uiteindelijk niks van me heeft aangetrokken.
We hebben samen een hoop katten. Hier in mijn buurt heb ik op een gegeven moment in één jaar 16 verschillende geteld, die over de garagedaken achter de huizen zijn gelopen. Zelf heb ik ook twee van die eigenwijze haarballen, maar die kunnen gelukkig niet mijn achtertuin uit en maken dus alleen die tuin onveilig. Tegelijk zitten er regelmatig buurtkatten in mijn voortuin. Toch poepen ze er niet.
Dat was niet altijd zo. Toen ik in deze voor- en achtertuin begon, was het een heel gevecht. Waar de aarde kaal was of de planten nog moesten dichtgroeien leek het alsof er ergens onzichtbaar voor mij een neon-uithangbord met ‘Toilet’ boven hing. De arme planten die er stonden, waren binnen de kortste keren kapot.
Nog erger: mijn vorige tuintje, een binnenplaatsje van een huurhuis. Mijn katten hadden hun kattenbak letterlijk één meter van waar ze naar buiten gingen en tóch vonden ze het nodig hun behoeften waar dan ook op dat binnenplaatsje te doen. Terwijl dat vrijwel geheel betegeld was! Mijn kattenkunstenaars kozen de smalle randen tussen de tegels en de muren, nog geen 10 cm breed, of het kleine zanderige plekje waarop de regenpijp afwaterde en in plantenbakken. Ik haalde hun viezigheid weg en legde er oude tegels overheen. Vervolgens ontdekte ik een stinkend kunstwerk er pardoes bovenóp… Wraak à la kat, volgens mij. Zo’n beetje alle adviezen probeerde ik uit: ik strooide er koffieprut, sinaasappelschillen, peper, citroensap, combinaties daarvan… Leuke pogingen, maar mijn katten waren niet onder de indruk. Ik heb het nog geprobeerd met wijnruit en citroengeurige planten, maar zolang ze er niet tegenaan komen (en dat kunnen kattenkunstenaars heel goed), dan heeft het weinig effect op katten. Laatst sprak ik enkele mensen die een apparaatje hadden dat een pieptoon laat horen als er beweging gedetecteerd wordt, tegen katten. Het werkte wel, maar bij de ene klaagden de buren over geluid en bij de ander was het apparaatje uit de voortuin gestolen.
Mijn twee kattenkoppen hebben me in die tijd wel iets geleerd. Katten zijn hele, héle, HELE eigenwijze, neurotische beesten die (alleen) slim zijn als het hen uitkomt en absoluut houden van routine. En dat betekent dat als ze eenmaal een plek ‘vereren’ door daar hun behoefte te doen, het moeilijk is om ze op andere gedachten te brengen. En ze zijn ook nog eens allemaal weer nét even anders, dus wat bij Tijger werkt, werkt niet per se bij Boris of Orkaantje (de naam van mijn kat die dan maar op de tegels poepte een paar jaar geleden is overleden). Maar inmiddels heb ik er geen last meer van, niet in mijn áchtertuin én niet in mijn voortuin. Hier mijn tips – probeer ze vooral uit, afzonderlijk of in combinatie met elkaar om te zien wat voor de katten jouw tuin werkt.
Een groene tuin doet het beter dan een grotendeels betegelde. Hoe tegenstrijdig dat misschien ook klinkt, dat is wel precies wat ik merk en ook waarom ik, toen ik die kat de tuin in zag gaan, precies wist wat die daar ging doen (en waarom). Het belangrijkste ‘geheim’ van mijn huidige tuin, vooral de voortuin, is namelijk dat er zat katten komen, niet om te poepen maar te chillen. Echt waar, ik zie ze een rondje lopen, hun neus in planten steken om te snuffelen, wat achter insecten aan scharrelen en dan lekker in het zonnetje of op een rustig plekje in het groen gaan zitten met hun oogjes dicht. Ze genieten ervan! En waar een kat graag zit of drinkt schijt hij liever niet. Net als wij 😉 Dus als ze graag in de tuin zitten, of in de buurt van het terras, of drinken van de mooie vijver daar, dan is er veel minder kans dat ze daar gaan poepen. Het is ontzettend moeilijk om katten uit de tuin te houden, dus mét ze werken kost vaak minder energie dan tegen ze. Een groene tuin, met alle interessante plantjes en diertjes, houdt ze bezig en geeft ze fijne plekjes.
Wat maakte juist die tuin met die struiken waar ik langsliep zo aantrekkelijk als kattentoilet? Die mooie, kale aarde onder de privacy van de planten! Als ik een kat was dan was dit ook een geweldig toilet voor mij. Een héérlijke zanderige ondergrond, fijn aan mijn poezenpootjes, lekker buiten in het zonnetje, frisse lucht en dan ook nog eens een mooie natuurlijke afscheiding… Ja, ik zou het wel weten als kat. Vandaar dat ik zeg: bedek die bodem en wel zo snel mogelijk! Bodembedekkers zijn een goede als je ze meteen plant – dus vóór katten het ontdekt hebben. Vooral (semi-)groenblijvende bodembedekkers, zoals penningkruid, kleine maagdenpalm, kruipend zenegroen en tuingeranium zijn goede keuzes, omdat ze voorkomen dat de katten ’s winters alsnog een kaal stukje grond ontdekken. Want hebben ze een plek eenmaal ontdekt, dan helpt aanplanten niet meer. Voor je het weet krabben ze je planten stuk en dat maakt het moeilijk voor ze om aan te slaan. Ze zien die plek al als hún persoonlijke eigendom, dus als wij die plek wat ongemakkelijker maken, dan vormen zij hem weer naar hun eigen smaak. Voorkom dus vooral dat ze een plek gaan gebruiken.
Ís het stuk al tot poepplek verheven of zijn de katten alsnog eigenwijs, dan gebruik ik het liefst iets wat je tuin waarschijnlijk al zelf produceert: snoeiafval. Gebruik het als strooisel om je bodem te bedekken. Denk aan het bos: geen kale aarde, maar een laagje van blaadjes en takjes bedekt daar meestal de grond. Maak je zo’n zelfde laagje in de tuin, dan beschermt het je bodem tegen uitdroging, temperatuurverschillen en erosie, het onderdrukt onkruid, is habitat voor nuttige insecten, voedt het (nuttige) bodemleven en je planten én: stopt en voorkomt kattengespit. Vooral houtachtig snoeiafval. Ik knip het vaak in kortere stukken (10-20 cm bijvoorbeeld) of laat het heel en verspreidt het over de bodem. Hoe dikker de laag, hoe beter het werkt. Hou het wat grover en laat zo min mogelijk aarde vrij. Bodembedekkers kunnen er goed doorheen groeien, dat is geen probleem. Maar voor die kattenpootjes is het zeer irritant om hier overheen te lopen en in te graven en het werkte daarom ook erg goed in mijn voortuin. Daar had ik de eerste twee jaar een redelijk kaal, onbegroeid stukje langs de muur waar allerlei katten poepten. Ik bedekte het met snoeiafval en heb, na wat opstartproblemen (zie volgende tip) sindsdien geen last meer gehad van kattengespit.
In de foto hieronder zie je mijn grond direct na het snoeien (in het voorjaar). Dat zie zo’n 2 weken, daarna ontploffen de planten en zie je er niks meer van.

De bodem bedekken werkt voor mij nu zonder problemen, maar zoals ik al schreef: ik had wat opstartproblemen. Vooral een grote, zwarte kater was bijzonder eigenwijs en vond het nodig zichzelf toch nog een plekje toe te eigenen – dat plekje was, in zijn beleving, van hém, ik was vooral een lastig mens dat er – heel onhandig van mij – wat rommel op had gelegd. Hij krabde het weg en deed alsnog zijn behoefte. Ik moest hem dus eerst overtuigen dat dit geen geschikte plek voor hem was. Mijn oplossing: gaas. Op de bodem in mijn tuin legde ik groter, stevig gaas losjes over de bodem, het liefst in de winter of net voor het snoeien in het voorjaar, liet het lekker liggen en gooide mijn strooisel er gewoon overheen. Niemand zag het daarna nog, omdat planten er gewoon doorheen groeien en het aan het zicht onttrekken. Als een kat op zo’n plek probeert te graven haken ze steeds met hun klauwen achter het gaas en dat is zo irritant dat ze er zelfs liever niet overheen lopen.
Hieronder een goed voorbeeld van gaas dat ik een paar jaar had liggen, waar ik ook het houtsnoeiafval overheen strooide. In de foto komen zaailingen en bodembedekkers alweer dwars tussen het snoeisel en het gaas op.

Toen mijn ouders dit jaar een groendak hadden aangelegd, deden ze iets soortgelijks. Er lopen allerlei katten over dat dak en binnen de kortste keren hadden ze er al een die z’n kans schoon zag het als toilet te gebruiken. Ik gaf ze de tip van het gaas. En omdat groendaken ook wel uitgepikt worden door vogels, konden ze twee vliegen in één klap slaan als ze gaas of een net er overhéén spanden. Dat deden ze: ze spanden een net, zo’n 15 cm boven de grond en hielden dat op zijn plek met campingharingen. In de eerste instantie zag die kat nog steeds mogelijkheden – waar het net niet strak stond, deed deze eigenwijze haarbal alsnog z’n behoefte. Nu staat het net overal strak en dusver gaat het goed.
Een plek die eenmaal gebruikt is, ruíkt naar poep. Daarom zal een kat steeds terugkomen, ook al groeien er ineens bodembedekkers of ligt er een tegel. Het beste werkt het in zo’n geval om álle drollen weg te halen en er verse grond of een laag compost eroverheen te leggen om de geur weg te krijgen. En dán bodembedekkers, mulch, houtsnoeisel of gaas toe te passen (of alles tegelijk als de betreffende katten wel heel eigenwijs zijn). Bij mij werkten sommige plekken met alleen gaas of houtsnoeisel goed, maar enkele plekken moest ik echt eerst met een laag compost bedekken. Soms werkte dat alleen al.
In mijn tuin heb ik nu een speciale plek, achteraf en weg van mijn eetbare planten, waar katten kunnen poepen. Gelukkig plassen ze er alleen en poepen ze er niet – ik heb nu een kat die zulke stinkbommen laat dat je meteen weet dat ze geweest is, zelfs al zit heel ergens anders. Echt, je hebt l’au de chat en dan heb je deze hoog geconcentreerde geurcapsules… Om er zeker van te zijn dat ze de ‘bestemde’ plaats als toilet gaan zien is het goed om een al bestaande plek te laten óf om op een nieuwe plek wat door de katten gebruikte aarde en het liefste met wat drolletjes te scheppen. Maak er een mooi, beschut hoekje van, dat helpt ook om katten te verleiden daar te gaan. Af en toe toch wat drollen wegscheppen is wel aan te raden, bij deze manier, om eventuele stank (zeker met zo’n stinkerd als die van mij) of te grote opbouw van de scherpe stoffen uit de poep te voorkomen.

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.
Ik ben Iris Veltman. Ik heb HBO Milieukunde gestudeerd en daarna gewerkt als procestechnoloog bij een bedrijf dat van afvalproducten nuttige producten maakt (o.a. compost en biogas). Nu ben ik bezig met mijn eigen bedrijf: Iris' Garden Ecology. Mijn doel is mensen te laten zien dat de natuur in de tuin niet bestreden hoeft te worden.
Kijk Iris, dit is bij mij in de buurt. Ken je ze? groet, margreet hirs:
1 november 15:30 uur Plantaardige Ontmoetingen in ’t Bruggehuisje
Tussen 15:30 en 18:00 uur kun je op 1 november 2023 in verteltheater ’t Bruggehuisje, t/o Amstelkade 1, een kruidenstoomjurk ervaren, elkaar ontmoeten bij de kruidenbakfiets, vertelvoorstelling ‘Het oog in het bos’ beleven en plantenverhalen langs de oever meemaken.
Met Nina Boas en Arlette van Laar van Botanic Circus en Annet Breure van Plantenverhalen. Open inloop en gratis; donatie wordt op prijs gesteld.
Hoi Margreet, nee, die ken ik niet. Klinkt leuk, mooie aanrader voor mensen die bij jou in de buurt (Amsterdam) zijn!
Ik zal ze ook op jou wijzen.
Gaat het goed met je?
Ik hoop het!
groet, margreet
Dat is lief van je! Hier is het vooral druk, maar gelukkig wel met leuke dingen haha.
Ik heb een nieuwe buurman, resocialiserende junk met ACHT katten die bij mij de boel slopen. Zijn dreunende nachtelijke muziek mag er ook zijn. Ik laat op zijn minst de slaapkamer nu maar enigszins geluidwerend maken. En tegen de kattenoverlast gebruik ik kippengaas dat ik door de tuin afscheiding vlecht. Maar ze zijn vindingrijk, die lieve diertjes.
Lastig! Mijn moeder heeft ook al een tijd lang kippengaas langs de randen van de heg, maar inderdaad, ze vinden alsnog manieren. Ik hoop dat de geluidswering goed helpt, want dat is wel echt heel vervelend zeg.