Iris' Garden Ecology

Blog. Want een betere wereld begint in de eigen tuin!

Bijzondere eetbare planten: Dennen en sparren

Naaldbomen zijn veelal eetbaar én waardevol voor allerlei insecten en vooral: vogels!

Langzaam maar zeker ben ik een serie aan het maken van eetbare planten jaarrond. Ik heb daarbij inmiddels een nieuw doel: niet alleen eetbaar als in lekker, maar ook eetbaar als in survival voedsel (maakt bij het schrijven een breed gebaar naar de algemene staat van de wereld om zich heen). Grappig genoeg is dat iets dat ik al mijn hele leven interessant vind, survivaling. En toevallig ben ik er de laatste tijd extra in aan het duiken en mee aan het experimenteren voor een persoonlijk – compleet ongerelateerde fictie – schrijfproject. Nu had mijn moeder het van de week over dat ze het jammer vond, dat ze van eetbare wilde planten zelf niet zo veel van wist, want, tja – opnieuw, breed gebaar naar de wereld om ons heen. Daarop dacht ik: misschien is die informatie ook interessant voor anderen. Dus bij deze, een klein beginnetje, hopelijk met (onder voorbehoud, gezien mijn eigen energie) much more to come.

Dennen (Pinus), sparren (Picea) en ook Larix en jeneverbes (Juniperus communis) zijn veelal eetbaar. Van die laatste twee zijn bij Larix de bladeren eetbaar en bij jeneverbes de rijpe en gedroogde bessen, die nu vaak nog (natuur-gedroogd) aan de takken hangen.

Let op: je mag niet overal (zomaar) oogsten – jeneverbessen in de natuur sowieso niet – en als je in het wild oogst, wees alsjeblieft voorzichtig met de plant en zuinig – laat genoeg over voor de dieren!

Verwar dennen, sparren, Larix en jeneverbes ook niet met Taxus, want die is giftig! Anders dan bij dennen en sparren heeft deze platte, niet prikkende naalden die geurloos zijn bij kneuzing, met boven- én onderzijde donkergroen (bij spar zilverachtig). Soms draagt ‘ie plakkerige, rode bessen Bij twijfel: niet (nooit) doen!

Bovenkant naalden spar

Onderkant naalden spar – twee witte lijnen zorgen voor een zilverachtige kleur

Zwangeren kunnen naaldbomen beter vermijden. Over de soms aangeplantte draaiden (Pinus ponderosa) en gele of ponderosaden (Pinus contorta) lopen de adviezen uiteen, dus die zou ik links laten liggen.

Dennen (Pinus)

De grove den (P. sylvestris) groeit van nature in Nederland, vooral bij stuifzanden zoals de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug, waar deze prachtige grillige vormen kan krijgen. In de duinen is deze meestal aangeplant. Het is op deze plekken een belangrijke pionierssoort – hij vestigt zich in extreme omstandigheden (zandgronden) en na verloop van tijd, door zijn beschutting en het vasthouden van de bodem, kunnen ook andere bomen zich daar vestigen. Daarom wordt hij vaak gebruikt bij het vestigen van nieuwe bossen of herbebossing. Wat ik zelf ook heel grappig aan deze bomen vind, is dat je ze op zonnige dagen in het vroege voorjaar kan horen ‘knappen’. Dat is het geluid van het openspringen van de kegels, waarbij de zaden vrijkomen.

Het leuke is: die zaden van de grove den, en die van andere dennen (behalve dus de draai- en gele den) trekken allerlei zadenetende vogels (o.a. appelvinken) én ze zijn eetbaar – volgens Steffen Guido Fleischhauer’s Enzyklopädie der Essbaren Wildpflanzen zijn ze goed te roosteren en in pesto te verwerken.

Sparren (Picea)

Zelf heb ik een grote – maar slanke – spar in mijn achtertuin staan, een Servische spar (P. omorika). Hij stond er nog van de vorige bewoners en omdat het toch een boom is, met zijn invloed op het klimaat om zich heen, mocht hij blijven staan. Eerst dacht ik dat er niet zo veel dieren op af zouden komen – zoveel kon ik er toen niet over vinden – maar na jaren eronder gezeten en gelegen te hebben, weet ik beter. In het voorjaar zoemt het rond de boom van allerlei verschillende bijen, er leven sowieso allerlei spinnen en insecten in (juffers en libellen zitten er bijvoorbeeld graag op tijdens het jagen), er komen veel vogels op af die zowel de zaden als de insecten eten en er zit vaak een vogelnest in – geen idee van welke vogel(s), want dankzij de dichte naalden zie ik ze meestal pas als ze eruit vallen.

Nuttig!

Inmiddels weet ik: er zijn allerlei vogels die gebruik maken van naaldbomen zoals mijn spar, sommige zijn er zelfs van afhankelijk. Je kunt bezoek verwachten bijvoorbeeld appelvinken, goudhaantjes, boomkruipers, koperwieken en zelfs notenkrakers. Die heb ik zelf ook allemaal al mogen zien in de tuin, en inderdaad: in mijn spar! Ik heb meerdere klanten (gehad), vaak in buitengebied of aan de rand van dorpen, die meerdere naaldbomen en/of andere coniferen bij elkaar hebben (hadden) staan, die regelmatig uilen op bezoek hebben of die er zelfs nestelen!

De naalden van zowel dennen als sparren zijn eetbaar – ze smaken zoals ze ruiken! Als de naalden jong en zacht zijn (in voorjaar en zomer) dan zijn ze het meest rijk aan vitamine C (goed voor thee) en kun je ze ook, vers of gedroogd, verhakselen en als specerij gebruiken voor groente, aardappels (op de barbeque) en vlees. Een klein beetje is genoeg. Ook de rest van het jaar kun je ze oogsten, maar dan werken ze beter als thee die goed is voor je keel, je immuunsysteem. De smaak van thee van mijn eigen spar is overigens heel zacht, maar duidelijk heel verwarmend.

Volgens Fleischhauer’s Enzyklopädie zijn van beide groepen de jonge scheuten en jonge kegels ook goed te gebruiken voor het maken van siroop en Schnaps. En als overlevingsvoedsel stuifmeel als (zet)meel en de binnenbast als gekookte groente – het makkelijkste met een jong exemplaar, denk ik. Gebruik alleen niet zomaar je oude kerstboom (gezien mogelijk gebruikte chemicaliën) – liever eentje die je al een tijdje in de tuin hebt staan of biologisch aangeschaft hebt. Misschien te beginnen met een tak…

Tot slot een leuke toepassing van de naalden (jaarrond) is soda! Zelf ben ik niet zo van suikerdrankjes, maar de Blackforager geeft er een heerlijk chaotische, maar duidelijke en korte uitleg over (ENGELS):

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.